Buitengewone leden
Buitengewone leden van de NVTL
Het beleid inzake het benoemen van buitengewone leden wordt in de eerste plaats
ingegeven door de gedachte dat het belangrijk is personen te waarderen die,
op welke wijze dan ook, een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan het bereiken
van de doelstellingen van de NVTL.
Het bestuur is van mening dat er afgelopen jaren te weinig gebruik is gemaakt
van deze statutaire mogelijkheid om uiting te geven aan waardering en is dan
ook voornemens in de eerstvolgende jaren vaker dan voorheen personen die deze
eer verdienen voor te dragen voor het buitengewoon lidmaatschap.
Het bestuur wil zich hierbij nadrukkelijk niet beperken tot gewone leden van
de vereniging. Ook niet leden van de NVTL kunnen bijzondere bijdragen leveren
aan het bereiken van haar doelstellingen en zij verdienen zeker de waardering
die bij het bijzonder lidmaatschap van de NVTL hoort.
Door bewust en actief om te gaan met de mogelijkheid buitengewone leden te
benoemen en naar manieren te zoeken hen, op bescheiden wijze te betrekken bij
het ontwikkelen van beleid, wil het bestuur optimaal gebruik gaan maken van
de kennis en inzichten van deze personen.
Momenteel heeft de vereniging vier buitengewone
leden.
Pieter Buys
Carl van Empelen (overleden 29 juni 2010)
Hans Groeneveld
Meto Vroom
Statuten van de NVTL: Artikel4 Lid 10:
Buitengewone leden zijn zij die zich voor de door de vereniging gestelde doelen
bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt en als zodanig door de algemene vergadering
zijn benoemd. Buitengewone leden zijn vrijgesteld van de verplichting tot het
betalen van contributie aan de vereniging en zijn derhalve geen leden in de
zin van de wet, noch in de zin van deze statuten.
Pieter Buys
Als een van de eerste tuinarchitecten gaat Buys in
1946 voor een studieperiode naar Denemarken waar hij studeert aan de befaamde
Kunstacademie aldaar. Hij heeft veel contact met de beroemde Deense tuinarchitect
Sörensen.
De kenmerkende eenvoud in vormen en de nevengeschiktheid van ruimten in de
Deense tuinarchitectuur, mede geïnspireerd op de Renaissance hebben
invloed op zijn eigen latere werk. Een belangrijk thema daarbij is het zoeken
naar samenhang tussen huis en tuin en tussen tuin en landschap. Hij heeft
in het Scandinavische zijn sporen nagelaten mede door het winnen van een
prijsvraag voor een parkstrook in Oslo. Van 1952 tot heden is hij werkzaam
in de particuliere praktijk met in de loop van de tijd verschillende bureaupartners.
Die partners waren achtereenvolgens Jasper Meijers, Hans Warnau en Bob van
der Vliet.
De invloed van Hans Warnau komt onder meer tot uiting in de neiging om een
ontwerp als een abstracte compositie te zien. Buys werkte samen met architecten
zoals Nico van der Laan, Pieter Dijkema en Gerard Wijnen. De invloed van
Dom van der Laan en de zogenaamde ‘Bossche School’ is een tijd
lang herkenbaar geweest. Daarnaast werkt hij veelal samen met kunstenaars
zoals de beeldhouwers Van der Linden en André Volten.
Enkele van de meest bekende ontwerpen uit het omvangrijke oeuvre van Buys
zijn:
– Economische Hogeschool te Tilburg, 1962
– Huize Padua te Boekel, 1968
– een woonbuurt in Papendrecht, 1974
– Universiteitsterrein in Nijmegen, vanaf 1971
– AMRO te Breda, 1975 en nog veel meer.
Pieter Buys is van groot belang geweest voor het vakgebied. Ten eerste
door de zeer veelzijdige beroepspraktijk die hij heeft opgebouwd. Hierin
vormde zijn ontwerpende aanpak een sterke rode draad. Ten tweede doordat
hij veel heeft betekend voor de gelijkwaardige samenwerking van de tuinarchitect
met architecten, ingenieurs en stedenbouwkundigen. Ten derde doordat hij
bijna 20 jaar heeft lesgegeven aan onder andere de Academie van Bouwkunst
en aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen.
top
Carl van Empelen (overleden 29 juni 2010)
Carl van Empelen is voorgedragen als buitengewoon lid van de NVTL als blijk
van waardering voor zijn jarenlange intensieve en hoogwaardige bijdrage aan
de continuïteit en de ontwikkeling van de vereniging en daarmee aan het
vakgebied van de tuin- en landschapsarchitectuur.
Niet minder dan 53 jaar is de NVTL een belangrijk deel van het professionele
en persoonlijk leven van Carl geweest.
In 1948 werd hij student-lid van de BNT en in 1953 werd hij door de "Commissie
tot voorlopige erkenning van de tuin- en landschapsarchitecten" na een
driedaags examen in Wageningen erkend. Het moest nog ongeveer 40 jaar duren
voordat deze erkenning een wettelijke basis kreeg.
Al die jaren speelde Carl een actieve rol in de NVTL: |
1951 |
|
Secretaris van de prijsvraagcommissie (onder voorzitterschap van Bijhouwer) |
1956 |
|
Lid en voorzitter van de Technische Adviescommissie |
Overgang jaren 60-70 |
|
Bestuurslid |
Jaren 70 |
|
Redactieraad Plan |
Overgang jaren 70-80 |
|
Redactieraad Groen
Lid commissie BNA, BNS, BNT en ONRI: harmonisatie honorariumregeling
Lid van de "Commissie met de lange Naam"
Commissie tot integratie van de beeldende kunst in de architectuur en landschapsarchitectuur |
1980-1991 |
|
Lid en voorzitter commissie 'Particuliere Bureaus' |
Overgang jaren 80-90 |
|
Bestuurslid Voorzitter van het Scheidsgerecht. |
Niet slechts deze imposante lijst van activiteiten maar zeker
ook de consciëntieuze en inspirerende wijze waarop hij al die tijd met collega's
heeft gewerkt in bestuur en commissies maken deze waardering in de vorm van het
buitengewoon lidmaatschap van de NVTL volkomen op zijn plaats. |
top
Hans Groeneveld
Als wetgevingsjurist bij het Ministerie van VROM heeft hij aan de wieg gestaan
van de Wet op de architectentitel, die op 7 juli 1987 in werking is gesteld.
Hans Groeneveld was in zijn functie bij VROM primair verantwoordelijk voor
alle maatregelen die noodzakelijk waren om de wet ook daadwerkelijk in werking
te laten treden. Een van die maatregelen betrof het oprichten van de Stichting
Bureau Architectenregister, het SBA, verantwoordelijk voor het functioneren
van de wet, het organiseren van de examens, de registratie en het beschermen
van de architectentitels. Sinds 1993 is Hans Groeneveld directeur van het SBA
en in die functie secretaris van de examencommissie Tuin- en Landschapsarchitectuur.
Met in de hand de Wet op de architectentitel en de daarbij behorende instrumenten
heeft Hans Groeneveld in de afgelopen jaren een bijzondere bijdrage geleverd
aan de ontwikkeling van de Tuin- en landschapsarchitectuur, zowel voor wat
betreft de positie van de gekwalificeerde ontwerpers als de kwaliteit van de
opleidingen. Zijn inzet is er steeds op gericht de beroepsorganisaties direct
te betrekken bij de werkzaamheden van het register.
Met name de laatste jaren heeft hij mede namens de NVTL een belangrijke strijd
moeten leveren tegen het voornemen van staatssecretaris Remkes om de wettelijke
bescherming van de architectentitel af te schatten. Een strijd die, met name
dank zij de voortdurende aandacht van Hans Groeneveld geslaagd lijkt te zijn.
De rol die Hans Groeneveld sinds 1985 heeft vervuld bij het tot stand komen
en handhaven van een voor ons vakgebied zo belangrijke wet en met name wijze
waarop hij in het spanningsveld tussen politiek, beroepspraktijk en de opleidingen
opereert, verdient veel waardering. Een waardering die naar het oordeel het
bestuur het best kan worden vormgegeven door middel van een benoeming als buitengewoon
lid van de NVTL.
top
Meto Vroom
De bijdrage die Meto Vroom in de afgelopen decennia heeft geleverd aan het
bereiken van de doelstellingen van de NVTL is zeker bijzonder te noemen. Als
hoogleraar in de landschapsarchitectuur aan de landbouwuniversiteit, nu Wageningen
UR, heeft hij in de periode 1966-1994 een wezenlijke kwaliteitssprong in het
onderwijs en onderzoek tot stand gebracht en daarmee een belangrijke impuls
aan de vakbeoefening en positie van de Tuin- en Landschapsarchitecten. Zijn
wetenschappelijke, interdisciplinaire benadering, met een brede blik gericht
op samenwerking met de andere vakgebieden in de ruimtelijke planning heeft
het fundament gelegd voor de huidige succesvolle bijdrage van de landschapsarchitectuur
in de ruimtelijke ordening.
Zijn bijdragen aan de doelstellingen van de NVTL gaan echter verder. Meto Vroom
heeft zich jaren intensief ingezet voor het opbouwen en onderhouden van de
internationale dimensies van het onderwijs en de vakbeoefening. Namens de NVTL
is hij van 1978 tot 1982 voorzitter geweest van de Comité on Research
van de International Federation of Landscape Architect (IFLA), van 1990 tot
1998 is hij lid geweest van de Education Comité van de European Federation
for Landscape Architecture (EFLA) en van 1993 tot 1998 is hij voorzitter geweest
van het Visiting Panel dat namens de EFLA Education Comité onderwijsinstellingen
in Europa bezoekt en adviezen verstrekt omtrent het niveau en de inhoud van
het onderwijs in de tuin- en landschapsarchitectuur.
Met zijn voortdurende aandacht voor de grensoverschrijdende aspecten van onderwijs
en onderzoek kan Meto Vroom worden beschouwd als voorloper in de internationalisering
van het vakgebied.
Tot slot dient de sleutelrol te worden vermeld, die Meto Vroom heeft gespeeld
in de totstandkoming en samenstelling van het boek "Buitenruimten / Outdoor
Space": ontwerpen van Nederlandse tuin- en landschapsarchitecten na 1945,
uitgegeven in 1992. Een boek dat moet worden beschouwd als een van de standaardwerken
over de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur en dat zonder de inspanningen
van Meto Vroom niet tot stand had kunnen komen.
Met de benoeming tot buitengewoon lid van de NVTL wil het bestuur haar dank
en waardering uitspreken voor de inderdaad bijzonderlijke bijdragen van Meto
Vroom aan het bereiken van de doelstellingen van de NVTL.
top |