821Cover20Copijn200520kopie202

Geen enkele familie in Nederland bleef zo lang in het ‘tuinvak’ werkzaam als de familie Copijn. Aan hun geschiedenis is de ontwikkeling van het kwekersvak en de tuin- en landschapsarchitectuur nauwkeurig af te lezen. Verrassend is te zien hoe het ‘levend materiaal’ in de loop der eeuwen steeds het uitgangspunt blijft, maar anders wordt beleefd: van de exotische bomen in romantische wandelparken tot en met de bladplanten in de verticale tuinen op futuristische gebouwen.

Over die tweehonderdvijftig jaar is een prachtig overzichtswerk geschreven dat begin april wordt gelanceerd, parallel aan een overzichtstentoonstelling in Wageningen (meer informatie volgt).

 

Levend materiaal: het boek

In dit rijk geïllustreerde boek met talrijke schitterende plattegronden en foto’s vertelt architectuurthistoricus Mariëtte Kamphuis hoe de - voor een groot deel nog bestaande - parken, landgoederen, golfterreinen, daktuinen en andere groenontwerpen van de familie Copijn tot stand kwamen. Tweehonderdvijftig jaar geleden, in 1763, begon Hendrik Copijn zijn loopbaan als eenvoudige dagloner in Groenekan bij Utrecht. Hij werkte zich op tot tuinbaas en startte met zijn zoon op de humusrijke zandgrond een eigen boomkwekerij. Volgende generaties ontwikkelden zich halverwege de negentiende eeuw tot succesvolle landschapsarchitecten. Het levend materiaal speelde in al zijn soortenrijkdom de hoofdrol in hun ontwerpen voor tuinen, parken en stedelijke plantsoenen. Met hun spiegelende vijverpartijen en monumentale bomen vormen deze tegenwoordig nog altijd een geliefde wandelplek, zoals het Wilhelminapark in Utrecht, het Rengerspark in Leeuwarden en het Van Boetzelaerpark in De Bilt. Ook grote particuliere Copijntuinen uit de negentiende eeuw bleven behouden, zoals het kasteelpark van De Haar bij Haarzuilens en Hydepark bij Doorn. In de twintigste eeuw verlegde het werkterrein van de Copijnen zich naar recreatiegebieden, waaronder de Biltse Duinen en bekende golfclubs zoals de Kennemer Golf bij Zantvoort en de Haagse Golf in Wassenaar. De Copijnen ontwierpen ook talrijke villatuinen, waarbij steeds hun bijzondere kennis van ‘het levend materiaal’ het uitgangspunt bleef. In de jaren zestig van de twintigste eeuw pionierden de Copijnen op het gebied van de boomchirurgie, met spectaculaire reddingsoperaties van eeuwenoude bomen. In de jaren tachtig begon Copijn Groenadviseurs in Utrecht een bureau dat op ontwerpgebied naam maakte, onder meer met grote daktuinen en renovaties. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw baarde Copijn Tuin- en landschapsarchitecten opzien met verticale tuinen; de zogenoemde ‘wonderwalls’ en de beplanting in het futuristische paviljoen op de wereldexpositie in Hannover van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV. Tegenwoordig is ‘Copijn’ de merknaam van het bureau in Utrecht dat zich opgesplitst heeft in tuin- en landschapsarchitecten, boomspecialisten en groenbeheer. Een van hun spraakmakende ontwerpen is de renovatie van de Rijksmuseumtuin.

 

Publicatiegegevens:

Uitgeverij de HEF publishers

Hoofdauteur: Mariëtte Kamphuis

Eindredactie: Anne Mieke Backer

Het boek kwam tot stand met steun van o.a. het Prins Bernhard Cultuurfonds,

Stimuleringsfonds voor Architectuur en het Fentener van Vlissingenfonds

Hardcover Formaat: 25 x 20,5 cm

Ca. 400 full color afbeeldingen

ISBN 978-90-6906-045-3

Intekenprijs tot 1 juli 2014: € 39,90 daarna: € 45,-