De Rijksdienst voor de Monumentenzorg
verzorgt onder de titel 'Lelijk is geen argument' een reizende tentoonstelling
over de architectuur en stedenbouw van de wederopbouw in Nederland van
1940 tot 1965.
De wederopbouwperiode was een tijd van productie en samenwerking, en van
optimisme en vrijheid. Dat is aan de bebouwing en de toegepaste kunst af
te lezen, zoals de Lijnbaan in Rotterdam. Daarnaast werden, om de hoge woningnood
te bestrijden, nieuwe woningtypen geïntroduceerd zoals de galerijflat,
duplexwoning en keuzeplanwoning. Open, groene woonwijken zoals het Soesterkwartier
in Amersfoort en Kanaleneiland in Utrecht vervulden een voorbeeldfunctie.
Kanaleneiland dankt haar naam aan de ligging tussen het Amsterdam-Rijnkanaal
en het Merwedekanaal. Nagenoeg alle 7800 woningen zijn gebouwd in de vorm
van portiekflats met enkele eengezinswoningen. De herstructureringsplannen
voor deze wijk zijn momenteel in volle gang.
Veel gebouwen uit de wederopbouwperiode worden nu met sloop bedreigd.
Het is dan ook de hoogste tijd het erfgoed van de wederopbouw op z'n cultuurhistorische
waarde te schatten. En 'lelijk' is daarbij geen argument om tot sloop over
te gaan. Aan de hand van tien thema's en vijftig illustraties wordt een
bijzonder tijdsbeeld van de jaren vijftig en zestig getoond. Basis voor
de tentoonstelling is de gezamenlijke publicatie van de Rijksdienst voor
de Monumentenzorg en het Nederlands Architectuurinstituut Toonbeelden van
de Wederopbouw (2002).
Van woensdag 17 maart t/m 17 april 2004 is de tentoonstelling te zien
in Architectuurcentrum Aorta in Utrecht. De tentoonstelling is aangevuld
met drie onderwerpen die zijn geselecteerd door de sectie Monumentenzorg
van de Gemeente Utrecht. Voor informatie over naoorlogse schoolgebouwen
wordt gebruik gemaakt van het onderzoek dat in opdracht van de sectie
Monumenten is uitgevoerd. Daarnaast komen het Rietveldcomplex in Hoograven
en ontwerpen voor de openbare ruimte zoals pleinen (Vredenburg), straatmeubilair
en kunst in de openbare ruimte aan de orde.
In aansluiting op de tentoonstelling organiseert Aorta een drietal lezingen
met een historische insteek over de naoorlogse wijken van Utrecht. De
herstructureringsplannen zijn volop in ontwikkeling, maar veelal weet
men niet hoe het oorspronkelijke plan voor deze wijken in elkaar stak
en wat de achterliggende ideologie was die de inrichting bepaalde. De
volgende onderwerpen komen aan bod:
18 maart 20.00 uur: Hoograven
(door Marinke Steenhuizen & Noël van Doorn)
In de wijk Hoograven heeft Rietveld op grotere schaal geëxperimenteerd
met zijn massaproduceerbare woningbouw. De verkavelingvorm van het stedenbouwkundig
plan voor Utrecht-Hoograven maakt gebruik van herhaalbare wooneenheden,
de zogenaamde stempels. Rietveld werkte drie eenheden uit. Een deel van
deze woningen worden momenteel door architect Bertus Mulder gerestaureerd.
De lezing van Marinke Steenhuizen gaat over de architectuurhistorische
achtergrond van deze wijk. Aansluitend daaraan geeft Noël van Doorn
uitleg over de wijze waarop en in welke mate deze historie als onderlegger
gebruikt kan worden voor de herontwikkelingsplannen.
24 maart 20.00 uur Kleine naoorlogse invullingen
(door Bettina van Santen)
Niet alle naoorlogse bouwprojecten behelzen de ontwikkeling van hele wijken.
Voor de grenswijziging van 1954 werd er ook al volop gebouwd op de laatste
open plekken binnen de gemeentegrenzen. Zo kwamen kleinere projecten zoals
het Majellapark, de Halve Maan en Pijlsweerd voor een groot deel tot stand.
Maar ook het uitbreidingsplan Kromme Rijn met het Lodewijk Napoleonplantsoen
en de villa's aan de Breitnerlaan.
7 april 20.00 uur Overvecht
(door Bettina
van Santen)
Overvecht is een duidelijk begrensde wijk aan de noordkant van Utrecht.
Het, in de middeleeuwen ontgonnen, veenweidegebied werd tussen 1959
en 1970 herschapen in een woonwijk met nu zo'n 30 duizend inwoners. De
wijk
is opgezet als ruime woonwijk met veel hoogbouw, veel groen en brede
wegen. Het uitbreidingsplan voor Overvecht van de Dienst Stadsontwikkeling
dateert uit 1961. Door deze ruime opzet is het de groenste wijk van
de stad. Maar Overvecht kent inmiddels ook de typische sociaal-maatschappelijke
problemen van de grote stad. Een deel van de woningen in de wijk, waaronder
de karakteristieke hoogbouw, wordt de komende jaren als onderdeel van
een groot herstructureringsprogramma aangepast aan de wooneisen van
nu.
Bettina van Santen is medeauteur van de publicatie De Utrechtse Wijken.
Overvecht.
Locatie: Architectuurcentrum Aorta, Achter de Dom 14,
Toegang: De tentoonstelling is gratis toegankelijk, evenals de opening
en lezing op donderdag 18 maart. De entree voor de lezingen op 24 maart
en 7 april bedraagt: 6.00 euro voor beide lezingen; 3,50 euro per keer.
Vrienden van Aorta, CJP en 65+ pas 3,00 euro.
U wordt verzocht van tevoren te
reserveren via Architectuurcentrum Aorta: tours@aorta.nu of tel: 030
2321686. |