Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 3 • NUMMER 1

21 april 2001

 
       
  •  "De overheid kijkt teveel vanuit een recreatieve benadering naar het landschap"
Interview met Jhon van Veelen
 
       
   
   
 
 

     Het belang van de ruimtelijke kwaliteit van de directe leefomgeving van de mens duidelijk maken. Dat is waar de Nederlands Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur (NVTL) het afgelopen jaar bijzondere aandacht aan besteed heeft. Jhon van Veelen, voorzitter van de vereniging: "Een tuinarchitect kan met zijn of haar ontwerp, dat telkens weer een unieke sfeer of betekenis heeft, een ruimte scheppen die schoonheid vertegenwoordigt. Met een tuinontwerp, dat ruimte laat aan beplanting om te kunnen groeien in de tijd, kun je ook de beleving van de seizoenen optimaliseren. Zo'n ontwerp is dus geen kant-en-klaarprodukt zoals in veel tuinenboeken en televisieprogramma's gesuggereerd wordt. Een tuin kan een verhaal vertellen over de geschiedenis van de gebruiker, zijn omgeving, het landschap of de stad waar de tuinbezitter in woont, waardoor een tuin meerwaarde krijgt.

   
 

     Omdat de tuinontwerpdag vorig jaar zo succesvol geweest is, willen we ook dit jaar de geïnteresseerde tuinbezitter weer over tuinontwerp informeren en hem of haar advies aanbieden. Daarom gaan we op zaterdag 21 april, op de Tweede Nationale Tuinontwerpdag, in zestig Nederlandse bibliotheken weer spreekuren houden. Intussen bereiden we ons als bestuur al voor op het volgende thema: Werklandschappen.
     Van Veelen: "De behoefte aan tuinarchitectuur neemt toe. Zo'n tweeduizend tuinbezitters hebben zich vorig jaar op de Nationale Tuinontwerpdag naar vijftig bibliotheken in Nederland begeven. Daar zaten tuinarchitecten en studenten tuin-en landschapsontwerp van Hogeschool Larenstein uit Velp met informatie over tuinarchitectuur en ontwerppapier gereed om antwoord te geven op vragen van tuinbezitters over tuinontwerp. Uit de reacties van zowel het publiek als de tuin- en landschapsarchitecten en ontwerpers is gebleken dat beide partijen heel enthousiast waren. Veel vragen van de mensen die op de Nationale Tuinontwerpdag naar de bibliotheken togen hadden betrekking op ontwerp en vormgeving, slechts een enkeling had een praktische vraag over beplanting of snoei. We willen laten zien dat het juist gaat om ruimtelijke vraagstukken, en niet om een verzameling plantjes."
     Ambachtelijkheid en techniek zijn de basisvoorwaarden voor een tuinontwerp, maar de taak van een tuinarchitect is meerwaarde bieden aan de tuin door een tuinontwerp te maken dat bij de klant past en waar hij of zij zich in thuis kan voelen. Een tuinarchitect is daarom ook adviseur. Dat betekent dat hij of zij niet alleen raad geeft over waar je een terras zou kunnen maken of die ene bewust gekozen boom het beste neer zou kunnen zetten, hij of zij probeert ook te achterhalen wat de klant aan een tuin zou willen beleven. Van Veelen: "Tuinarchitectuur is een vorm van ruimtekunst. Het gaat dan zowel over kleine als grote buitenruimtes. Els Kolff, een tuinarchitecte die in een bibliotheek in Groningen als adviseur had plaats genomen, vertelde na de tuinontwerpdag dat ze gemerkt had dat veel van de geïnteresseerden waren stukgelopen op hoveniers en tuincentra. De mensen die voor advies kwamen, in de provincie Groningen vaak met grote tuinen, hadden behoefte aan hoofdlijnen, zowel ruimtelijk als functioneel. Zij zag het als haar taak het publiek de karakteristieken van de verschillende tuinen te laten zien en te benadrukken en merkte dat dat de ogen van het publiek opende. In Enschede wilde een geïnteresseerde mevrouw in een rolstoel adviezen over een onderhoudsvrij ontwerp voor haar balkon. Van die mevrouw kreeg de bibliotheek achteraf te horen dat ze het een heel informatieve en prettige middag had gevonden. Ze is nu aan het sparen om een uitgewerkt tuinontwerp uit te kunnen laten voeren. Op plaatsen waar het erg druk was, bijvoorbeeld in Leidschendam, heeft de tuinarchitect een drie uur durend college gehouden over tuinarchitectuur waarbij hij zich toespitste op enkele praktische vragen waar ontwerpproblemen achter zitten. Niet alleen de tuin- en landschapsarchitecten en de geïnteresseerden hebben positief gereageerd, ook de medewerkers van ministeries waren enthousiast. In plaats van alsmaar die aandacht voor het grootschalige en beleidsmatige denken, hebben we met het thema tuin en aandacht voor het ambacht en materiaalgebruik een goede tegenbeweging gevormd. In de tuinarchitectuur liggen toch eigenlijk de wortels van het vak."
     Omdat de dag zo'n enorm succes is geweest, heeft het bestuur van de NVTL besloten om het thema Tuinontwerp te prolongeren. Op de tweede Nationale Tuinontwerpdag, die dit jaar op zaterdag 21 april 2001 gehouden wordt, houden tuinontwerpers, -architecten en studenten weer spreekuur in zestig Nederlandse bibliotheken. Daarnaast wordt er informatie verstrekt over tuinarchitectuur op Hogeschool Larenstein in Velp, in de modeltuinen Makeblijde in Houten en in de Tuinen van Appeltern. Van Veelen: "Daarmee maken we ook concreet wat we als bestuur tot doel hebben; het bevorderen van het vakgebied tuin- en landschapsarchitectuur. We willen op de Nationale Tuinontwerpdag dan ook geen 'toeristen' aantrekken; we beogen niet in massa te scoren, wel in kwaliteit."
     "Voor de leden van onze vereniging, maar ook voor andere geïnteresseerden in tuinarchitectuur, hebben we op Hogeschool Larenstein dit jaar een lezingencyclus georganiseerd over Nederlands bekendste tuinarchitecte Mien Ruys. Daarvan zijn er dit voorjaar nog twee te bezoeken. Op 26 april spreekt beplantingsdeskundige Jo Cuijpers over Mien-Ruys-beplantingsplannen. Op 17 mei komt tuin- en landschapsarchitect Hans Veldhoen spreken over hoe lang en in welke situaties een Mien Ruystuin behouden zou moeten worden of wanneer zo'n tuin plaats zou moeten maken voor een ander ontwerp. Op deze laatste avond wordt de NVTL-trofee uitgereikt aan Carla Oldenburger die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het vakgebied door haar medewerking te verlenen aan de 'Gidsen voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur' en een grote collectie originele tuinontwerpen van bekende Nederlandse tuinarchitecten te verzamelen en te ordenen voor de speciale collecties van de Universiteitsbibliotheek in Wageningen. Het einde van het tuinenjaar gaan we afsluiten met een colloquium over bedrijfstuinen als semi-openbare ruimte, dat gehouden zal worden in het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) in Rotterdam. Voor dat onderwerp hebben we gekozen om een vloeiende overgang te kunnen maken naar het thema voor het volgende jaar: Werklandschappen."
     Van aandacht voor de tuin en het kleinschalige ontwerp gaat de NVTL de aandacht volgend jaar verleggen naar het grootschaliger ontwerp. Waarschijnlijk zal de vereniging in de toekomst afwisselend een Nationale Tuinontwerpdag en een Nationale Landschapsdag organiseren. Van Veelen: "Hebben we dit jaar aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving, volgend jaar gaan we ons richten op de ruimtelijke kwaliteit van de werkomgeving. Op dit moment zijn we ons nog aan het voorbereiden door te onderzoeken welke dimensies het begrip 'werklandschap' allemaal heeft. Er zijn talloze werklandschappen, denk bijvoorbeeld maar aan winkelwandelgebieden, boeren die op hun land werken, vrachtwagenchauffeurs op snelwegen, militairen op militaire oefengebieden. We hebben het daarbij natuurlijk steeds over buiten. Het begrip werklandschap is een item waar iedereen iets bij denkt of iets van vindt. Ieder persoon krijgt daar weer andere beelden bij. Daardoor is het een toegankelijk thema dat we ook voor het grote publiek willen ontsluiten."
     Volgens de voorzitter is een belangrijke reden dat het bestuur van de vereniging voor dit thema gekozen heeft dat er in menige beleidsnota van de overheid vanuit een recreatieve benadering naar het landschap gekeken wordt. "Volgens hun visie moet landschap gezellig zijn, refereren aan cultuurhistorische waarden of aan romantiek. Het is maar de vraag of dat een goede benadering is. Wij willen het landschap daarom nu eens gaan bekijken vanuit de optiek van degenen die in de landschappen werken en daar hun brood in moeten verdienen. Dan kom je tot heel andere oplossingen voor het ruimtevraagstuk. Werklandschappen hebben vaak een functioneel karakter. Waar je ook bent, van belang is dat een werkomgeving een hoge ruimtelijke kwaliteit moet hebben. Met een zorgvuldige vormgeving kun je de kwaliteit van het werklandschap verhogen. Een goede ruimtelijke omgeving zal je stimuleren in het bereiken van je doelstellingen."
     Van Veelen meent dat er een herbezinning plaats zou moet vinden op de schoonheid van de functionele vormgeving die bij dat werken thuishoort. "Kijk maar eens goed naar de moderne agrarische werklandschappen, of alle nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen, de universiteitscampussen, naar bruggen of naar hoogspanningslijnen. Ook de Flevopolders vind ik een goed voorbeeld van inrichting vanuit de schoonheid van het werk. We willen met het thema Werklandschappen expliciet aandacht gaan geven en vragen voor de schoonheid van het functionele aspect en de ruimtelijke vormgeving daarvan. Voor de uitwerking van dit thema zijn we nog partners aan het zoeken. We denken daarbij aan de Rijksplanologische Dienst (RPD) van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), de vakopleidingen en het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)."
     "Het mooiste werklandschap dat ik ken? De Maasvlakte met de Europoort, alle infrastructuur die daarbij komt kijken. Het aardige daarvan is dat het functioneert en dat er nog ruimte en uitzicht is, dat je er nog prachtige luchten en vogels kunt zien. Het contrast tussen al die installaties en de natuur heeft zo zijn eigen kracht."

Cécile van der Heijden

Voor meer informatie over tuin- en landschapsarchitectuur en de genoemde activiteiten kunt u bellen met het secretariaat van de NVTL: 020-4275590

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts