| |
Omdat de tuinontwerpdag vorig jaar zo succesvol
geweest is, willen we ook dit jaar de geïnteresseerde tuinbezitter weer over
tuinontwerp informeren en hem of haar advies aanbieden. Daarom gaan we op zaterdag
21 april, op de Tweede Nationale Tuinontwerpdag, in zestig Nederlandse bibliotheken
weer spreekuren houden. Intussen bereiden we ons als bestuur al voor op het volgende
thema: Werklandschappen.
Van Veelen: "De behoefte aan tuinarchitectuur
neemt toe. Zo'n tweeduizend tuinbezitters hebben zich vorig jaar op de Nationale
Tuinontwerpdag naar vijftig bibliotheken in Nederland begeven. Daar zaten tuinarchitecten
en studenten tuin-en landschapsontwerp van Hogeschool Larenstein uit Velp met
informatie over tuinarchitectuur en ontwerppapier gereed om antwoord te geven
op vragen van tuinbezitters over tuinontwerp. Uit de reacties van zowel het publiek
als de tuin- en landschapsarchitecten en ontwerpers is gebleken dat beide partijen
heel enthousiast waren. Veel vragen van de mensen die op de Nationale Tuinontwerpdag
naar de bibliotheken togen hadden betrekking op ontwerp en vormgeving, slechts
een enkeling had een praktische vraag over beplanting of snoei. We willen laten
zien dat het juist gaat om ruimtelijke vraagstukken, en niet om een verzameling
plantjes."
Ambachtelijkheid en techniek zijn de basisvoorwaarden
voor een tuinontwerp, maar de taak van een tuinarchitect is meerwaarde bieden
aan de tuin door een tuinontwerp te maken dat bij de klant past en waar hij of
zij zich in thuis kan voelen. Een tuinarchitect is daarom ook adviseur. Dat betekent
dat hij of zij niet alleen raad geeft over waar je een terras zou kunnen maken
of die ene bewust gekozen boom het beste neer zou kunnen zetten, hij of zij probeert
ook te achterhalen wat de klant aan een tuin zou willen beleven. Van Veelen: "Tuinarchitectuur
is een vorm van ruimtekunst. Het gaat dan zowel over kleine als grote buitenruimtes.
Els Kolff, een tuinarchitecte die in een bibliotheek in Groningen als adviseur
had plaats genomen, vertelde na de tuinontwerpdag dat ze gemerkt had dat veel
van de geïnteresseerden waren stukgelopen op hoveniers en tuincentra. De
mensen die voor advies kwamen, in de provincie Groningen vaak met grote tuinen,
hadden behoefte aan hoofdlijnen, zowel ruimtelijk als functioneel. Zij zag het
als haar taak het publiek de karakteristieken van de verschillende tuinen te laten
zien en te benadrukken en merkte dat dat de ogen van het publiek opende. In Enschede
wilde een geïnteresseerde mevrouw in een rolstoel adviezen over een onderhoudsvrij
ontwerp voor haar balkon. Van die mevrouw kreeg de bibliotheek achteraf te horen
dat ze het een heel informatieve en prettige middag had gevonden. Ze is nu aan
het sparen om een uitgewerkt tuinontwerp uit te kunnen laten voeren. Op plaatsen
waar het erg druk was, bijvoorbeeld in Leidschendam, heeft de tuinarchitect een
drie uur durend college gehouden over tuinarchitectuur waarbij hij zich toespitste
op enkele praktische vragen waar ontwerpproblemen achter zitten. Niet alleen de
tuin- en landschapsarchitecten en de geïnteresseerden hebben positief gereageerd,
ook de medewerkers van ministeries waren enthousiast. In plaats van alsmaar die
aandacht voor het grootschalige en beleidsmatige denken, hebben we met het thema
tuin en aandacht voor het ambacht en materiaalgebruik een goede tegenbeweging
gevormd. In de tuinarchitectuur liggen toch eigenlijk de wortels van het vak."
Omdat de dag zo'n enorm succes is geweest, heeft
het bestuur van de NVTL besloten om het thema Tuinontwerp te prolongeren. Op de
tweede Nationale Tuinontwerpdag, die dit jaar op zaterdag 21 april 2001 gehouden
wordt, houden tuinontwerpers, -architecten en studenten weer spreekuur in zestig
Nederlandse bibliotheken. Daarnaast wordt er informatie verstrekt over tuinarchitectuur
op Hogeschool Larenstein in Velp, in de modeltuinen Makeblijde in Houten en in
de Tuinen van Appeltern. Van Veelen: "Daarmee maken we ook concreet wat we
als bestuur tot doel hebben; het bevorderen van het vakgebied tuin- en landschapsarchitectuur.
We willen op de Nationale Tuinontwerpdag dan ook geen 'toeristen' aantrekken;
we beogen niet in massa te scoren, wel in kwaliteit."
"Voor de leden van onze vereniging, maar ook
voor andere geïnteresseerden in tuinarchitectuur, hebben we op Hogeschool
Larenstein dit jaar een lezingencyclus georganiseerd over Nederlands bekendste
tuinarchitecte Mien Ruys. Daarvan zijn er dit voorjaar nog twee te bezoeken. Op
26 april spreekt beplantingsdeskundige Jo Cuijpers over Mien-Ruys-beplantingsplannen.
Op 17 mei komt tuin- en landschapsarchitect Hans Veldhoen spreken over hoe lang
en in welke situaties een Mien Ruystuin behouden zou moeten worden of wanneer
zo'n tuin plaats zou moeten maken voor een ander ontwerp. Op deze laatste avond
wordt de NVTL-trofee uitgereikt aan Carla Oldenburger die een belangrijke bijdrage
heeft geleverd aan het vakgebied door haar medewerking te verlenen aan de 'Gidsen
voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur' en een grote collectie originele
tuinontwerpen van bekende Nederlandse tuinarchitecten te verzamelen en te ordenen
voor de speciale collecties van de Universiteitsbibliotheek in Wageningen. Het
einde van het tuinenjaar gaan we afsluiten met een colloquium over bedrijfstuinen
als semi-openbare ruimte, dat gehouden zal worden in het Nederlands Architectuur
Instituut (NAI) in Rotterdam. Voor dat onderwerp hebben we gekozen om een vloeiende
overgang te kunnen maken naar het thema voor het volgende jaar: Werklandschappen."
Van aandacht voor de tuin en het kleinschalige ontwerp
gaat de NVTL de aandacht volgend jaar verleggen naar het grootschaliger ontwerp.
Waarschijnlijk zal de vereniging in de toekomst afwisselend een Nationale Tuinontwerpdag
en een Nationale Landschapsdag organiseren. Van Veelen: "Hebben we dit jaar
aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving, volgend jaar gaan
we ons richten op de ruimtelijke kwaliteit van de werkomgeving. Op dit moment
zijn we ons nog aan het voorbereiden door te onderzoeken welke dimensies het begrip
'werklandschap' allemaal heeft. Er zijn talloze werklandschappen, denk bijvoorbeeld
maar aan winkelwandelgebieden, boeren die op hun land werken, vrachtwagenchauffeurs
op snelwegen, militairen op militaire oefengebieden. We hebben het daarbij natuurlijk
steeds over buiten. Het begrip werklandschap is een item waar iedereen iets bij
denkt of iets van vindt. Ieder persoon krijgt daar weer andere beelden bij. Daardoor
is het een toegankelijk thema dat we ook voor het grote publiek willen ontsluiten."
Volgens de voorzitter is een belangrijke reden dat
het bestuur van de vereniging voor dit thema gekozen heeft dat er in menige beleidsnota
van de overheid vanuit een recreatieve benadering naar het landschap gekeken wordt.
"Volgens hun visie moet landschap gezellig zijn, refereren aan cultuurhistorische
waarden of aan romantiek. Het is maar de vraag of dat een goede benadering is.
Wij willen het landschap daarom nu eens gaan bekijken vanuit de optiek van degenen
die in de landschappen werken en daar hun brood in moeten verdienen. Dan kom je
tot heel andere oplossingen voor het ruimtevraagstuk. Werklandschappen hebben
vaak een functioneel karakter. Waar je ook bent, van belang is dat een werkomgeving
een hoge ruimtelijke kwaliteit moet hebben. Met een zorgvuldige vormgeving kun
je de kwaliteit van het werklandschap verhogen. Een goede ruimtelijke omgeving
zal je stimuleren in het bereiken van je doelstellingen."
Van Veelen meent dat er een herbezinning plaats
zou moet vinden op de schoonheid van de functionele vormgeving die bij dat werken
thuishoort. "Kijk maar eens goed naar de moderne agrarische werklandschappen,
of alle nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen, de universiteitscampussen, naar bruggen
of naar hoogspanningslijnen. Ook de Flevopolders vind ik een goed voorbeeld van
inrichting vanuit de schoonheid van het werk. We willen met het thema Werklandschappen
expliciet aandacht gaan geven en vragen voor de schoonheid van het functionele
aspect en de ruimtelijke vormgeving daarvan. Voor de uitwerking van dit thema
zijn we nog partners aan het zoeken. We denken daarbij aan de Rijksplanologische
Dienst (RPD) van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieu (VROM), de vakopleidingen en het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke
Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)."
"Het mooiste werklandschap dat ik ken? De Maasvlakte
met de Europoort, alle infrastructuur die daarbij komt kijken. Het aardige daarvan
is dat het functioneert en dat er nog ruimte en uitzicht is, dat je er nog prachtige
luchten en vogels kunt zien. Het contrast tussen al die installaties en de natuur
heeft zo zijn eigen kracht."
Cécile van der Heijden
Voor meer informatie over tuin- en landschapsarchitectuur en de genoemde
activiteiten kunt u bellen met het secretariaat van de NVTL: 020-4275590
|