Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 3 • NUMMER 1

21 april 2001

 
       
  •  "Mensen hebben nauwelijks nog geduld voor de natuur"
Interview met Romke van der Kaa
 
       
   
   
 
 

     De tuinenhype neemt eerder toe in de media dan in de realiteit, meent Romke van de Kaa (1945), oorspronkelijk kweker, maar nu al sinds jaren schrijver van tuinboeken en journalist voor het NRC Handelsblad en De Gelderlander. Volgens mij is het aantal echte tuinenliefhebbers hetzelfde gebleven, er wordt slechts meer infotainment over tuinen geconsumeerd. De welvaart is een belangrijke factor voor het feit dat mensen meer geld aan hun tuin en aan tuinontwerp uitgeven, maar uit die tuinen verdwijnen wel langzaam maar zeker de planten. In de tweeverdienerscultuur is er geen tijd en aandacht meer voor een arbeidsintensieve tuin, waardoor de verhardingen in tuinen toenemen. Ik zie de tuin als een weerspiegeling van wat er in de maatschappij aan de hand is. Dat er aandacht is voor tuinontwerp en -architectuur vind ik een gunstige ontwikkeling, maar ik zou graag een intelligente en creatieve manier van omgaan met beplanting willen zien. Geef mij maar akkers en bloemenweiden in de stad.

   
 

     De woorden van Romke van de Kaa doen me even denken aan Peter Sellers die 'the gardener' speelt in de film 'Being There'. De uitspraken over planten, groei en natuur die de tuinman in die film maakt worden als wijze maatschappelijke waarheden ervaren door de regering. De hoofdpersoon, die zich niet bewust is van de analogieën die hij maakt, wordt verwelkomd in deze wereld. Langzaam maar zeker zie je de tuinier vervreemden van zichzelf. Romke van de Kaa gebruikt die analogie bewust en neemt 'de werkelijkheid' zoals die is. Hij neemt waar en vraagt zich af wat mensen beweegt. "Loop maar eens doordeweeks door een verlaten Vinexwijk. Het is er doodstil, iedereen is naar zijn werk, de kinderen zijn naar de crèche. Je ziet alleen het busje van de hondenuitlaatservice rondrijden. In die wijken, met tuinen van vijf bij tien meter per huis, zie je dat het tuinontwerp en de -aanleg steeds vaker uitbesteed wordt. In die tuinen is dan een rondje of een vierkantje gemaakt. Wat je tegenwoordig heel vaak ziet is een kattenbaktuin: een tuin waarin grind of steenslag is gestort. Niemand heeft meer tijd om in zijn tuin te werken, de tuin is er slechts om in uit te blazen. Je voelt je heel onwerkelijk in zo'n wijk, toch is het een onvermijdelijke ontwikkeling."
     Van de Kaa neemt een geleidelijke verandering waar. "Zag je nog jarenlang de, in de jaren zestig door Mien Ruys geïntroduceerde, houten biels die in de tuin gebruikt werd, nu worden er imitatiebielzen gebruikt van beton. In 1999 kwam er nog redelijk wat beplanting in de tuin voor, maar er was al een duidelijke toename zichtbaar van verharding in tuinen. De omgevallen amforen werden in die tuinen veelvuldig gebruikt als decoratie. De tuin anno 2001 is een steenlandschap geworden met zo hier en daar een 'menhir' erin. Soms is er ook een combinatie van water en steen waar te nemen met slechts zo nu en dan een plant omdat dat nou eenmaal in een tuin 'hoort'. Ik vind het vaak geknoei met tamelijk dure materialen. Het ontbreekt nog steeds aan gedegen informatie over zowel planten als andere tuinmaterialen. Mensen willen niet investeren in langzaam groeiende bomen of planten als ze na een paar jaar toch weer gaan verhuizen. De klant wil een instant-tuin."
     Als tuinenjournalist schrijft Romke van de Kaa columns voor De Gelderlander en artikelen in het NRC Handelsblad waarin hij vertelt, informeert en provoceert. Daarnaast presenteert hij ook een radio- en televisieprogramma over tuinen voor Omroep Gelderland. Zelf kijkt hij nooit naar tuinenprogramma's. "Ik vind ze niet interessant, het informatiegehalte is nul. Alle tuinprogramma's die er zijn gaan de kant uit van infotainment, een combinatie van geringe informatie en veel entertainment. Wat de kijker in een half uur te zien krijgt is hoe je een oude tuin in een zaterdagmiddag kunt transformeren tot een nieuwe. Het heeft veel weg van een slapstick. De tuinenprogramma's die gemaakt worden passen helemaal in de vluchtige tijd waarin we leven. Kinderen schijnen die programma's interessant te vinden. Zelf maak ik ook zo'n soort infotainment. Dat heeft voor een groot deel met budget te maken. Het liefst zou ik een tuinenprogramma willen maken waarin je door de loop van een behoorlijke tijd de realistische ontwikkeling van een tuin kunt laten zien. Het wezenlijke van een tuin vind ik juist dat die verandert in de tijd. De processen van groei en afsterven, de gestage groei van een bol of een boom. Mensen hebben nauwelijks nog geduld voor de natuur."
     In 'De getemde wildernis', Van de Kaa's derde boek dat vorig jaar is verschenen, geeft de schrijver de lezende tuinenliefhebber op ongedwongen, vaak humoristische wijze, beplantingsadviezen en handige tips die verpakt zijn in persoonlijke avonturen, anekdotes en verhalen. Een Van der Kaa met realistische adviezen over de voorwaarden voor de groei van planten en bloemen en de aankoop en verzorging daarvan worden afgewisseld met een Van de Kaa die niet meer waarneemt maar de bloem slechts ondergaat. Een passage waarin de schrijver zijn strijdlust toont als hij de heermoes in zijn tuin wil temmen om uiteindelijk een gewapende vrede te sluiten wordt vooraf gegaan door een lyrische beschrijving over het dappere sneeuwklokje dat zich door de bevroren grond naar boven worstelt. Van de Kaa: "De lezers van mijn boeken zijn leunstoeltuiniers. Ze lezen er liever over dan hard in die tuin te werken. Ik denk ook dat ze het als troostrijk kunnen ervaren als ze lezen dat er bij mij ook wel eens wat mis gaat." In 'De getemde wildernis' heeft de schrijver de foto's bewust weggelaten. "Veel tuinboeken geven een te romantisch en onrealistisch beeld. Ze hebben veel weg van catalogi die een geweldig rooskleurig beeld schetsen. Veel informatie wordt daarin ook weggelaten; hoe duur de planten zijn of hoe ze er na een onweersbui uitzien. Ik vind dat je daar als tuinliefhebber niks mee opschiet."
     Romke van de Kaa zegt niet alleen geïnteresseerd te zijn in de botanische kant van de tuin, ook de lijnen en ruimte die een tuin bepalen neemt hij mee in zijn perceptie. "Ik erger me nooit aan tuinen, maar ik ben wel een voorstander van meer en betere ontwerpen. Ik vind niet dat een tuinarchitect kunstenaar mag zijn in andermans tuin, hij kan slechts proberen een kunstzinnig ontwerp te suggereren. Ik zie de tuinarchitect dus als adviseur, als iemand die de eisen van een klant in zijn ontwerp meeneemt. Dat neemt niet weg dat hij ook tegengas moet geven als hij of zij vindt dat de tuinbezitter iets wil wat geen recht doet aan de tuin. De taak van een tuinarchitect is een klant heel veel mogelijkheden en oplossingen aanbieden, waar de klant uit kan kiezen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan mogelijkheden om een tuin te verdiepen of optisch groter te maken. Ik vind dat de hoogte daarbij te vaak vergeten wordt. Een boom in een tuin die een verticale dieptewerking bewerkstelligt vind ik van belang. De afwisseling licht en donker en de afwisseling in kleuren is ook iets waar de tuinarchitect zijn klanten op kan wijzen. Menig tuinarchitect vergeet dat een schaduwtuin erg mooi kan zijn."
     Voor wat betreft de beplanting en beplantingsadviezen kan de klant volgens Van de Kaa het best bij de hovenier terecht. "Ik vind dat er door tuinarchitecten nog te weinig op een intelligente en creatieve manier met beplanting omgegaan wordt. Volgens mij schort er wat aan de opleidingen als je naar hun plantenkennis kijkt. Misschien zou je niet moeten verwachten dat een tuinarchitect of -ontwerper zowel iets van architectuur als beplanting afweet. De tuinarchitect die van beide markten thuis is, moet je met een lantaarntje zoeken."
     Dat tuinarchitectuur door de overheid nog steeds vaak als sluitpost wordt gezien vindt Van de Kaa jammer. "In Frankrijk is er onder Mitterand veel geld aan tuinen en parken uitgegeven, het Parc André Citroën is daar een uitvloeisel van. Het zou aardig zijn als er ook in Nederland meer aandacht voor de buitenruimten zou komen. 'De Hoge Tuin' in Park Sonsbeek vind ik een van de weinige voorbeelden waarin er echt aandacht besteed is aan de kwaliteit van een buitenruimte. Ik zou in ons land wel wat meer en aardiger beplanting willen zien als er pleinen en parken aangelegd worden. Maar het geld dat er is, wordt voornamelijk uitgegeven aan permanente dingen.
Onderhoud van tuinen en parken kost natuurlijk geld. Het onderhoud dàt gepleegd wordt is minimaal. Als je kijkt naar de manier waarop plantsoenendiensten bezig zijn, die scheren gewoon alles alleen maar zo kaal mogelijk. Het ontbreekt ze vaak aan fantasie. Op die manier wordt het natuurlijk nooit wat. Geef mij maar een gemeentebestuur dat prachtige akkers en bloemenweiden in de stad aan wil laten leggen."
     "Wat ik de mooiste tuin vind die ik ken? Dat zijn er meerdere. Een kennis van mij op de Veluwe heeft lang in Zuid-Amerika gewoond. Hij heeft een jungleachtige tuin met lianen en enorme klimplanten. Die tuin is heel individueel en en zegt veel over de persoon zelf. Maar alle leuke tuinen zijn toch eigenlijk persoonlijk. De tuin van Jo Eyck van Kasteel Wylre in Zuid-Limburg vind ik prachtig. Hij is kunstverzamelaar en tuinliefhebber. In zijn tuin spelen de lijnen en vormen de hoofdrol; bijvoorbeeld het contrast tussen een strak geschoren haag en een ongesnoeide vrijgroeiende boom. Er staan geen bloemen in. Iedere keer als hij naar Engeland is geweest, is hij weer gegrepen door een aantal specifieke bloemen om uiteindelijk steeds weer te besluiten dat er in zijn eigen tuin geen bloemen horen. Hij beheerst als bloemen- en plantenliefhebber de kunst van het weglaten, dat vind ik meesterlijk. En tot slot de tuin van Kasteel Villandry in Frankrijk. Een reconstructie van een renaissancetuin. In plaats van die historisch verantwoord in te richten met buxusparterres en bloemen, zoals in de tuin van Het Loo gebeurd is, zijn de buxusparterres in deze tuin vol gezet met verschillende groenten in mooie vormen en kleuren. De tuin van Het Loo vind ik te zeer een museum, alleen maar interessant vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Ik vind het prachtig als iemand een nieuwe impuls aan een oude tuin durft te geven.

Cécile van der Heijden

"De getemde wildernis" is in 2000 uitgegeven door Uitgeverij Contact.

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts