| |
Dertien jaar geleden verhuisde Marie-Louise Kersbergen samen
met haar man Paul Simon naar de rand van Almelo om in het voormalig KI-station
van Simons ouders hun Galerie en Skulpturenpark Groeneveld te beginnen. "Toen
we hier vanuit Amsterdam naartoe kwamen, was ik eerst van plan alleen mijn eigen
werk te maken. In de enorme dekstal, waarvan de wanden toen nog met pek gestuct
waren, voelde ik me unheimisch. Ik vond bovendien dat ik door alleen maar kunst
te máken te beperkt bezig was. De plek, de ruimte en de prachtige omgeving
van het KI-station daagden me uit, ik zag er mogelijkheden in en wilde er meer
mee gaan doen."
Het totaalconcept voor het park is toen al snel ontstaan, de
realisering daarvan is stap voor stap tot stand gekomen. In de verbouwde dekstal
kwamen de eerste werken van bevriende kunstenaars te staan en te hangen, een verzameling
die langzaam maar zeker groeide tot honderden werken. "Vanuit de galerie
ben ik langzaamaan naar buiten toe gaan werken, ik heb de eenheid binnen-buiten
altijd van belang gevonden. Ik kan mezelf bijvoorbeeld niet voorstellen als galeriehoudster
van een galerie in een drukke binnenstad. In totaal hebben we nu achthonderd vierkante
meter expositieruimte binnen en een beeldentuin van drie hectare. We hebben een
uitgebreide stock-collectie in bronzen beelden, schilderijen en glas. Particulieren
kunnen bij ons kopen, maar we verkopen, verhuren of leasen ook kunst aan bedrijven."
De tuin van Galerie Groeneveld is ontworpen door ing. Angrid
Tilanus van De Wijde Blik, samenwerkende landschapsarchitecten in Utrecht. Kersbergen:
"De tuinarchitecte heeft het grote geheel in kleinere ruimten ingedeeld door
een soort wanden te maken van inheemse planten, ook onze lievelingsstruik, de
rododendron, is veelvuldig terug te vinden. We vreesden dat we door de tuin in
te delen, minder ruimte voor de beelden over zouden houden. Het blijkt dat we
nu juist meer beelden kunnen neerzetten. De indelingen maken het park overzichtelijker
en rustiger." Marie-Louise, Tibetaans boeddhiste, heeft ook een deel van
de parkachtige tuin voor haar rekening genomen. Een grote onderbroken cirkel,
die optisch gezien heel blijft, met daarbinnen een kleine ronde mandalatuin, in
vier vakken verdeeld die met de windrichtingen overeenkomen. "Het pad in
de tuin is ook weer cirkelvormig, bedoeld om te mediteren als je erin rondloopt.
De tuin heb ik gemaakt op de voormalige vuilnisbelt van het KI-station. Ik ben
daarbij uitgegaan van het boeddhistische transformatieprincipe; dit stuk tuin
is van een hele negatieve plek een hele positieve plek geworden. Zowel de vorm
als de beplanting, rozen in verschillende kleuren, en de abstracte kunstwerken
die in de cirkel staan hebben daartoe bijgedragen."
In het beeldenpark zijn voornamelijk bronzen figuratieve beelden
te vinden, maar ook abstract werk in natuursteen en metaal, kleurige sculpturen
van kunststof en natuurstenen Afrikaanse beelden. In een aparte tuin bij de ingang
staat de nalatenschap van Joop Holsbergen, de Twentse schilder, beeldhouwer, tekenaar
en schrijver die in 1990 overleden is. De abstracte installaties van Marie-Louise
zijn voornamelijk uitgevoerd in graniet en glas. "Als ik zelf kunst maak
dan houd ik geen rekening met de plek waar het kunstwerk zal komen te staan. Ik
vertaal mijn emoties vaak eerst via een gedicht om ze later via een beeld vorm
te geven. Voor mij heeft kunst maken ook een helende werking. Gevoelens die je
sterk beleeft, zoals ik die had na de dood van mijn vader, verwerk je terwijl
je bezig bent met een werk of installatie. Als galeriehoudster ben ik natuurlijk
wel weer bezig met de ruimtelijke vormgeving; valt de kunst op zijn plaats op
die ene bepaalde plek. Deze ontwerpkant wordt terecht toegepaste kunst genoemd."
"Het prettige van de galerie is dat ik er zowel mijn artisticiteit
in kwijt kan als mijn zakelijke kant. Als kind ging ik al met mijn vader, die
architect was, in de vakanties mee naar zijn projecten door het hele land. Ik
sta daardoor met beide benen op de grond, dat is nodig als ondernemer. Maar ik
vind het ook gewoon prettig om mensen te begeleiden in hun kunstaankoop. Een klant
heeft zijn of haar eigen intuïtieve appreciatie, daar ga ik nooit tussen
staan. Ik heb ook veel liever dat iemand op emotie koopt dan op naam. Het moet
klikken tussen een klant en een kunstwerk. Als er bijvoorbeeld drie beelden zijn
die een klant mooi vindt, dan mag hij of zij die op proef uitproberen. Mijn man
en ik zorgen voor het proefplaatsen bij zowel bedrijven als particulieren en geven
dan een een advies ter plekke. Pas dan zie je ook of het werk op zijn plaats valt.
Het moet namelijk niet alleen klikken tussen de koper en bijvoorbeeld een beeld,
maar ook tussen de ruimte en het beeld. De integratie tussen binnen en buiten
kun je dan weer versterken door een beeld te plaatsen op een plek die vanaf binnen
goed zichtbaar is."
Kunst kan volgens Kersbergen een belangrijke rol spelen binnen
een tuinontwerp. Het kan een concentratiepunt scheppen in een tuin. "Eén
enkel beeld kan bepalend zijn voor de sfeer van een hele tuin, net zoals een bijzondere
boom of plant dat ook kan doen. Kunst voegt iets toe aan de natuur. Ik vind het
belangrijk dat mensen meer eenheid en verbondenheid met de natuur voelen. Tuinarchitecten
kunnen dat bewerkstelligen. Een beeld kan weer een andere waarde toevoegen. Het
naast elkaar bestaan van cultuur en natuur in een tuin is volgens mij dat wat
een tuin compleet maakt."
Angrid Tilanus, ontwerpster van het skulpturenpark, heeft al
verschillende beeldenparken ontworpen. "Omdat de beelden die in het skulpturenpark
staan steeds wisselen moest ik een neutrale buitenruimte ontwerpen. In de beplanting
die de verschillende ruimten van elkaar scheidt, heb ik voor verschillen in structuur
en hoogte gekozen, die als achtergronden voor de verschillende werken kunnen dienen."
Tilanus werkt ook regelmatig samen met kunstenaars bij het ontwerpen van buitenruimten
"Het is dan wel van belang dat de tuinarchitect en de kunstenaar het goed
met elkaar kunnen vinden. Als ieder een deel van een buitenruimte voor zijn rekening
neemt, kun je elkaar prima aanvullen. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar geworden in
de tuinen voor het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Om de tuin van de
psychiatrisch afdeling moest bijvoorbeeld een onoverklimbaar hek komen. De kunstenaar
waar ik mee werkte heeft ervoor gekozen afvalplaten van natuursteen te gebruiken
van drie meter hoog, wat heel erg mooi geworden is. Voor een plein in Leerdam
heb ik samengewerkt met kunstenares Marijke de Goeij. Het leuke van deze opdracht
is dat je, op het beeld na, nauwelijks meer kunt zien wie nu wat gedaan heeft.
De ruimtelijke ontwerpen van een kunstenaar en het ontwerp van een tuin- en landschapsarchitect
kunnen prima integreren.Dat komt voort uit een nauwe en goede samenwerking, een
openstaan voor elkaar is daarvoor vereiste."
Vooral bedrijven vragen steeds vaker om een combinatie van tuinarchitectuur
en kunst. Maar ook particulieren krijgen steeds meer waardering voor het werk
van de tuinarchitect en de kunstenaar in hun tuin. Tilanus: "Al in een klein
stadstuintje zoals ik dat zelf heb, staat een vogeldrinkbak van een kunstenaar.
Dat ene element kan heel versterkend werken, juist door de oorspronkelijkheid
en uniciteit ervan. De ontmoeting tussen cultuur en natuur blijf ik boeiend vinden.
Dat is toch ook in feite waar het in de tuin allemaal om gaat. Als een kunstenaar
heel hard trekt aan de cultuurlijke kant, dan wil ik daar de missende natuurlijke,
groene, factor tegenover stellen. Maar zo zwart-wit moet je het natuurlijk niet
zien. Er is gewoon ook veel grijs; cultuur en natuur vallen vaak juist samen of
intensiveren elkaar."
De Duitse kunstenaar Jürgen Ebert, exposant in Skulpturenpark
Groeneveld, meent dat een beeld een beeld is. "Ik schep niet speciaal iets
voor binnen of buiten. Ik heb een idee en maak daar een brons van. Als dat mooi
is, dan maak ik er een groot beeld van. En dat komt nu eenmaal vaak buiten terecht."
Omgeving en kunstwerk moeten volgens hem kunnen accorderen: "Ik heb als beeldhouwer
een groot ruimtelijk inzicht, dat betekent dat je intuïtief voelt of een
beeld een bijdrage levert aan een tuin of een dissonant is. Neem nu de voorbeeldtuinen,
waar Nederland er verschillende van kent. Die zijn vaak al zo zeer ontwerp op
zich, dat er geen beelden in passen. Als de juiste vormen en planten gekozen zijn,
dan zijn dát de kunstwerken."
In de meeste gevallen gaat Ebert uit van een bestaand tuinontwerp.
Hij zegt dus wel eens nee wanneer hem gevraagd wordt een beeld te ontwerpen voor
een tuin. "Ik kijk altijd eerst of iets in de proporties past, in de aangebrachte
ordening. Als een beeld er geen goed aan zou doen, dan weiger ik de opdracht,
ook al levert me dat niets op. Ik wil geen slechte naam maken voor mezelf. Het
moet voor mij direct goed aanvoelen."
"Wat we de mooiste tuin vinden die we kennen?" Galeriehoudster
Marie-Louise Kersbergen: "Een stukje tuin van Kasteel Warmelo. In een deel
van die tuin staan zulke bijzondere rododendrons, mijn lievelingsstruiken, dat
ik die tuin niet vergeten ben." Landschapsarchitecte Angrid Tilanus: "De
tuin van Het Loo, een van Neerlands weinige baroktuinen. Die tuin is zo evenwichtig
opgebouwd en past zo heel goed bij het paleis. Als ik iemand op bezoek zou krijgen
en ik zou hem of haar een mooiste tuin moeten laten zien, dan zou ik de tuin van
Het Loo laten zien. Kunstenaar Jürgen Ebert: "Heel veel baroktuinen
vind ik erg mooi. Ze zijn heel strak, maar vaak zo groot dat het strakke wordt
verzacht. Het oog heeft er ruimte om te dwalen. In Duitsland zijn de mooiste baroktuinen
te vinden rond Dresden, in de voormalige DDR, waar ze in hun oorspronkelijke staat
behouden en onderhouden zijn."
Cécile van der Heijden |