| |
Beelaerts van Blokland is opgeleid als hovenier
en ontwerper en heeft zich binnen zijn eigen bedrijf 'Groenpartners' gespecialiseerd
in historische tuinen. Groen-partners is een van de elf hoveniersbedrijven in
Nederland die vallen onder de organisatie 'Tophoveniers'. Beelaerts van Blokland:
"De hoveniersbedrijven die aangesloten zijn bij de organisatie Tophoveniers
proberen zich te onderscheiden door allemaal een kwalitatief hoogwaardig bedrijf
te hebben. Zo schenken we bijvoorbeeld meer aandacht aan het milieu, we denken
duurzamer, maar we besteden ook veel zorg aan de manier waarop we met onze mensen
omgaan. We zijn een naar binnen gerichte organisatie, we willen onszelf verbeteren
en het ambacht en alles wat daarbij komt kijken zo optimaal mogelijk beheersen.
Dat doen we om de klant uiteindelijk nog beter van dienst te zijn."
Volgens Beelaerts van Blokland realiseren veel hoveniers
zich niet dat ze vakmensen zijn. "We laten het te weinig blijken. Hoveniers
zijn over het algemeen ook geen praters, maar doeners. De gemiddelde hovenier
is iemand die bij de klant op de drempel blijft staan en vraagt 'wat had u graag
gedaan willen hebben' , in plaats van ook zijn eigen kennis aan te bieden of het
gesprek aan te gaan. Dat probleem ligt bij de hovenier; hij of zij neemt zelf
die ruimte niet. Ik vind dat kort denken. Als je wat verder redeneert zou je toch
na moeten gaan wat die klant nou graag zou willen, of hoe hij of zij een bepaalde
tuin zou kunnen ervaren. Dat zijn dingen die je alleen te weten komt door een
goed contact met de klant op te bouwen."
Hoewel Beelaerts van Blokland ook opgeleid is als
ontwerper zegt hij zelf geen goede ontwerpen te kunnen maken. "Maar ik heb
door mijn opleiding wel het voordeel dat ik de ontwerpen van een ontwerper of
een architect goed kan lezen en begrijpen. Ik durf zelfs te stellen veel beter
dan heel veel hoveniers, die binnen hun opleiding weinig met ontwerp te maken
hebben." Ik vind ook dat hoveniers niet zo veel zouden moeten ontwerpen,
een aannemer ontwerpt toch ook geen huizen. Dat moeten professionele tuinontwerpers
of tuinarchitecten doen. Ik vind ook dat de hoveniers een veel betere opleiding
verdienen waarin er bijvoorbeeld aandacht wordt besteed aan het leren lezen van
ontwerpen. De huidige hoveniersopleidingen vind ik veel te algemeen. Er wordt
weinig vakkennis en ambacht overgebracht op de leerlingen. Als ze naast allerlei
botanische- en grondwerkkennis ook zouden leren hoe ze naar omgevingen zouden
kunnen kijken zou dat een veel betere samenwerking tussen hovenier en ontwerper
of architect opleveren. Ik vind het van belang dat bouwstijlen onderscheiden worden
en dat huis en tuin als eenheid gezien kunnen worden. Kijk ook eens naar de inrichting
van een huis; die zegt vaak heel veel over hoe mensen hun tuin zouden willen hebben.
Ik vind dat een goed ontwerp niet erg op moet vallen. Eigenlijk mag je niet eens
kunnen zien dat een tuin ontworpen is. Een goed ontwerp is eerder een logische
vanzelfsprekendheid."
Ook binnen zijn eigen bedrijf gaat Beelaerts van
Blokland altijd uit van een gedegen ontwerp als basis voor een mooie tuin. "Ik
werk samen met een ontwerper binnen Groenpartners, maar ook met tuinontwerpers
of tuinarchitecten van buiten ons bedrijf. Ik respecteer hun esthetische ideeën,
zij brengen respect op voor mijn technische kennis.
Je kunt alleen maar weloverwogen over een tuin nadenken
door of aan de hand van een ontwerp. Ik weiger uit te gaan van eenheidsworst.
Ik heb mezelf gespecialiseerd in historische tuinen. Dat hoeft niet per se een
landgoed te zijn, het kan ook om een jaren dertig-tuin gaan. Ik heb recent bijvoorbeeld
advies uitgebracht over een middeleeuwse tuin in Doornenburg. Het is heel erg
leuk om met een multidisciplinair team aan zo'n bijzondere tuin te werken. Iedereen
brengt zijn eigen kennis in waardoor je uiteindelijk tot een zo goed mogelijke
uitwerking probeert te komen. Voor de historische tuinen volg ik ook steeds bijscholingen.
Ik heb bijvoorbeeld een opleiding hoogstamsnoeien gevolgd, maar ook een opleiding
leifruitbomen snoeien. Dat is heel bewust bezig zijn en heel goed en logisch nadenken,
je bouwt dan als het ware bomen."
De hovenier zegt te willen staan voor kwaliteit.
"Veel mensen denken dat de hovenier degene is die de plantjes in de grond
zet. Voor dat kan gebeuren is echter al zo'n negentig procent van het werk gedaan.
De grond waar de planten in moeten komen moet geschikt gemaakt worden, er worden
sproei-installaties aangelegd, maar we doen ook het bestratingswerk. De materialen
die we als tophoveniers leveren zijn duurzaam. Ik maak bijvoorbeeld bij bestrating
gebruik van duurzame gebakken stenen en niet van betonstenen die je na vijftien
jaar kunt vervangen. Ook bied ik de klant grotere maten beplanting aan. Ik plant
een kastanjeboom van vijftien jaar oud bijvoorbeeld en niet eentje van twee of
drie jaar oud. Voor wat betreft het latere onderhoud van een tuin kijk ik ook
altijd goed naar de mensen voor wie ik de tuinen maak. Bij een plantenliefhebber
kan ik aankomen met kwetsbare of onbekende soorten. Maar aan een werkend echtpaar
met weinig tijd stel ik simpele en sterke planten voor. Het ontwerp en de aanleg
zijn de aanzet voor een mooie tuin. Dat wordt afgemaakt met onderhoud. Hoe meer
verzorging er in een tuin wordt gestopt, hoe mooier de tuin wordt. Als er niet
goed voor een tuin gezorgd wordt, kan me dat echt aan het hart gaan. Ik leg er
toch iedere keer weer heel mijn hart en ziel in. Als ik dan een advies in een
kletspraatje verpak kan ik de tuinbezitter er toch vaak toe brengen om, als hij
of zij dat zelf doet, toch beter te zorgen voor de tuin. En natuurlijk is het
ook zo dat je als vakman de kennis in huis hebt. En hij of zij heeft natuurlijk
meer inzicht in de processen in een tuin en heeft nu eenmaal bijvoorbeeld snoeiervaring."
Dat de hovenier die specifieke kennis heeft is vaak niet erkend volgens Beelaerts
van Blokland. Het vak heeft lange tijd geen enkele status toegekend gekregen.
"Niet door de consument, maar ook vaak niet door de mensen die aan het vak
begonnen. Die laatsten dachten vaak dat het een beroep was waarvoor je maar weinig
hoeft te kunnen, veel mensen zijn dus afgehaakt. Opvallend is trouwens dat veel
van de mensen die met hun studie gestopt zijn theologie zijn gaan studeren. De
drive die je daarvoor moet hebben is wel enigszins vergelijkbaar. Vanuit gedrevenheid
kun je mooie tuinen maken. Als je het alleen maar doet voor het geld, dan kun
je er beter onmiddellijk mee ophouden. Wat niet wil zeggen dat het ook prettig
is dat de consument de laatste jaren ook weer meer wil besteden aan zijn tuin.
Eindelijk is er voor de tuinarchitect of -ontwerper en de hovenier ook de mogelijkheid
om een bijdrage te leveren aan het creëren van schitterende tuinen. Tuinontwerp
en tuinaanleg hoeven helemaal niet zo ontzettend duur te zijn. Maar voor duizend
gulden een hectare aanleggen gaat niet. Arbeid is nu eenmaal duur, en ook voor
wat de materialen betreft geldt dat dure kwaliteit eigenlijk een betere investering
is dan goedkope rotzooi."
Om tot die ene gewenste specifieke tuin voor die
ene specifieke opdrachtgever te komen is er volgens de hovenier eigenlijk een
ronde tafel nodig waar zowel de klant, de tuinarchitect als de hovenier hun ideeën
aan zouden kunnen uitwisselen. "Een goed gesprek op basis van gelijkheid
is voorwaarde voor een goede samenwerking. Die harmonie is er tot nog toe niet
altijd geweest. Heel lang is de situatie zo geweest dat de tuinarchitect zichzelf
op een voetstuk plaatste, en de hovenier van zijn kant niet bereid was breed te
denken. Het doel werd daardoor uit het oog verloren; namelijk het creëren
van die kwalitatief technisch en esthetisch hoogstaande tuin. Dat overleg gaat
gelukkig al een stuk beter, maar kan nog veel harmonieuzer. Het gaat toch om onze
leefomgeving, die willen we allemaal zo goed en mooi mogelijk maken." Beelaerts
van Blokland's spreektempo neemt toe. "Ach, die passie voor tuinen is heel
mooi, ik leef daar immers voor, maar soms zit die me toch ook in de weg. Dan kan
ik me ook heel erg boos maken als ik weer een tuin zie die veel beter had kunnen
zijn. De adviseurs en uitvoerenden zijn en blijven de verantwoordelijken daarvoor."
Wat ik zelf de mooiste tuin vind die ik ken? De
mooiste tuin heeft voor mij vooral met sfeer en beleving te maken, met je eigen
gevoel wat je daarbij hebt. Als je met stress door een prachtige tuin loopt, dan
merk je die tuin niet eens op. Ik geloof dat mijn mooiste tuin met een goede ervaring
te maken heeft. Die is ergens te vinden in Frankrijk, de plaatsnaam weet ik niet
precies meer. Het was een vervallen Franse formele tuin die bij een camping lag.
Toen we daar aankwamen ging de zon onder. In dat vallende licht heb ik samen met
mijn vrouw door die tuin rondgezworven en daar ontzettend van genoten. De volgend
ochtend vroeg vertrokken we weer. Als ik die tuin bij keihard daglicht had gezien,
dan was die waarschijnlijk enorm tegengevallen. Het had dus ook duidelijk te maken
met dat ene moment. En de op een na mooiste tuin, dat is voor mij altijd de tuin
waar je mee bezig bent, daar leg je toch iedere keer weer alles van jezelf in."
Cécile van der Heijden |