 |
Ecologie in het groenontwerp is voor veel tuin- en
landschapsarchitecten een moeizaam element. Velen beseffen
dat duurzaamheid en ecologie belangrijke aandachtspunten
zijn in deze tijd, maar lijken het moeilijk te vinden
om dat met andere elementen in het ontwerp te combineren,
zoals esthetiek en dagelijks gebruik.
Landschapsarchitect Wil Thijsen van de Werkplaats voor
Milieubouw / Croonen Adviseurs heeft ruime ervaring
met dit onderwerp en verenigt die verschillende elementen
juist wel in zijn werk. Want volgens hem spreken die
dingen elkaar niet tegen. Een mooie, prettige tuin die
bij de eigenaar past krijgt langer de kans om te groeien
en is dus duurzamer dan een tuin die elk jaar weer helemaal
omgegooid wordt omdat de eigenaar niet tevreden is.
Het is aan de ontwerper om te bepalen aan welke kant
van het ontwerp hij de meeste aandacht besteedt: in
iedere situatie moet hij met zijn opdrachtgever bepalen
wat hij voorop stelt.
Thijsen heeft, naast zijn parttime baan als docent
aan de TU Eindhoven, jarenlang gewerkt aan grootschalige
projecten. In Noord Limburg bijvoorbeeld hield hij zich
bezig met een gebied van wel 80.000 hectare. In de Biesbosch
werkt hij voor het Waterwinbedrijf en hij was natuurbeschermingsconsulent
voor Staatsbosbeheer Brabant. In dat werk gaat het om
grote landschappen, het inpassen van spaarbekkens in
een bestaande situatie, om de relatie tussen de mens
en de ruimte, het laten zien van verschillende bodemtypes.
Dat soort plannen wordt gemaakt voor de lange termijn
en dergelijke projecten vormen vaak ook politieke items.
Een kleiner tuinontwerp wordt makkelijker uitgevoerd
op korte termijn, maar stelt ook andere eisen aan de
ontwerper.
Samenhang
De laatste tijd wordt veel gepraat en geschreven over
duurzaamheid, waardoor dat woord een modeverschijnsel
is geworden, maar dat kan en mag het volgens Thijsen
niet zijn. Duurzaamheid betekent dat iets slijtvast
is. In de tuin betekent het dat planten (grassen, kruiden,
struiken, bomen) de kans krijgen om fysiologisch volwassen
te worden, dat bodemvormingsprocessen optimale kansen
krijgen, dat dieren zich thuis gaan voelen. Daarvoor
is het element tijd nodig, een duurzame tuin moet rust
hebben. Een modeverschijnsel wordt gekenmerkt door het
tegenovergestelde: tijdelijkheid, vervangbaarheid, verandering.
Thijsen vindt dat planten te vaak tot koopwaar worden
gereduceerd, dat tuinen steeds meer showrooms worden
van wat dit jaar in de mode is. De modebewuste tuinier
wil elke lente zwarte aarde zien en schoffelt alles
weg wat hem niet meer zint. En dan krijgt de tuin geen
kans zich volwaardig te ontwikkelen. Daarom is duurzaamheid
als modewoord een contradictie.
Maar behalve tijd zijn er nog veel meer elementen die
van belang zijn bij het tuinontwerp zoals Thijsen dat
ziet. Ecologie is de leer van de samenhang van verschillende
invloeden: grond, licht, lucht, water, flora, fauna
(inclusief mensen), schaal en vorm maken alle deel uit
van het geheel dat een duurzame tuin kan vormen. Op
een klein stukje schaduwrijke, natte kleigrond krijgen
andere planten een kans dan op een enorme, zonovergoten
zandvlakte en de tuinier heeft geen andere keus dan
zich daaraan aan te passen. Laatst zag Thijsen mensen
een heidetuin op de klei aanleggen. Die hadden er niets
van begrepen. Je kunt nog zo graag een heidetuin willen
omdat de heideplantjes in de aanbieding waren, omdat
je er over hebt gelezen of omdat je bent geïnspireerd
door de heidetuin van een kennis elders in het land,
maar als de grond waarop je woont het niet toelaat dan
houdt het eenvoudig op.
Planten zijn gebonden aan het gebied waar ze van nature
kunnen groeien. Waarom zou je dat los willen trekken?
Het Nederlandse paviljoen op de Expo 2000 in Hannover
naar ontwerp van MVRDV is spectaculair maar druist tegen
alles in. Als je wilt stapelen - wat een logische daad
is in een dichtbevolkt land - kun je dat doen met wegen,
gebouwen, pleinen. Maar de Big Mac van landschappen
die MVRDV heeft ontworpen in Hannover is onredelijk,
niet duurzaam en geforceerd: het landschap als ontaarde
showroom. De mens kan geen natuur maken, maar kan wel
een ontwerp maken dat zich ontvankelijk toont voor de
natuurlijke situatie: milieubouw.
Evenwicht
In het kleinschalige tuinontwerp worden cultuur en natuur
samengebracht. Onkruid groeit zo goed omdat het in het
gebied past, maar een tuin vol brandnetels is geen plek
waar de eigenaar graag verblijft. Daarin moet de ontwerper
dus het evenwicht vinden. "De tuin is een boksring
waarin ongeprogrammeerdheid en architectonische vormwil
een avontuurlijk gevecht leveren", aldus Thijsen.
Functionaliteit en esthetiek zijn voor de opdrachtgever
van een kleinschalige tuin doorgaans belangrijke aspecten.
Door aan die wens te voldoen kan een tuin voor lange
tijd bevredigend en dus duurzaam zijn.
Een volledig ecosysteem is op kleine schaal vaak niet
haalbaar. Wel pleit Thijsen overigens voor het bundelen
van het groen van de gebruikelijke magere stedelijke
voortuintjes in een grotere achtertuin of in meer openbaar
groen, zodat het groene oppervlak dat er is, goed kan
worden benut en planten de ruimte krijgen om te groeien.
Bij een landschapsontwerp voor een groter gebied liggen
de verhoudingen anders - daar kan ecologie grotere waarde
hebben dan de esthetiek of een functionele indeling.
Het is zaak de doelstellingen goed te formuleren en
een stevige basiskennis te hebben van planten, dieren,
bodemstructuur en waterbeheer. Als je een steenmarter
wil uitnodigen heb je een ander gebied nodig dan als
je graag pissebedden wilt zien. Maar op welke schaal
er ook wordt gewerkt: de planten en de bodem leveren
in beginsel de basisstructuur, niet de paden of de muren.
"Een tuinarchitect is in de eerste plaats een groenteboer,
geen keienboer."
Dorine van Hoogstraten
|