 |
Naast een esthetische of functionele waarde kan de
tuin ook een therapeutische waarde hebben. Tuintherapeuten
gaan bij de vormgeving van een tuin vooral uit van de
belevingswaarde en de emotionele betrokkenheid van de
tuingebruiker bij zijn of haar tuin. De tuin kan onvoorwaardelijke
liefde geven, structuur aanbrengen in mensenlevens en
een bijdrage leveren aan ontwikkelings- en veranderingsprocessen
bij het kind of de volwassene. Nicole Miedema (1971),
is behalve voorzitter van de beroepsvereniging Nederlandse
Vereniging Creatief Therapeuten (NVKT) ook 'creatief
therapeute tuin' bij het Jeugddorp De Glind in Barneveld.
De Glind is een residentiële instelling waar kinderen
die door verschillende oorzaken niet thuis kunnen wonen
in gezinshuizen inwonen. Onderdeel van de behandeling
van die kinderen is de tuintherapie. Kinderen met bijvoorbeeld
emotionele problemen of ADHD komen via een orthopedagoog
terecht bij een therapeut, die op basis van de diagnose
een werkplan maakt voor de individuele begeleiding van
een kind. Miedema: "We kunnen bijvoorbeeld een
kind met ADHD dat een achterstand heeft opgelopen door
gebrek aan rust door middel van tuinieren weer laten
beleven dat er orde en structuur is in de natuur en
de tuin, waardoor ze ook over zichzelf weer controle
gaan ervaren. Voor sommige kinderen kan dat plekje in
de tuin ook heel belangrijk zijn als eigen plek, een
soort vrijplaats die van henzelf is, los van alle problemen
die in de omgeving van zo'n kind spelen. Zij zien de
tuin als een mythische plaats waar je dingen kunt maken,
waar je kunt verzorgen, waar ze een stuk van hun liefde
of agressie in kunnen leggen, maar ook als een plek
om te schuilen. Het is een veilige plek waar ze kunnen
toekomen aan moeilijke gevoelens of conflicten die ze
in zichzelf ervaren."
Het uitgangspunt bij tuintherapie, die ook geschikt
is voor volwassenen, is tweeledig. Enerzijds wordt er
uitgegaan van de beleving van de tuin. Daarnaast wordt
er gekeken naar de manieren waarop je er therapeutisch
in zou kunnen werken. Miedema: "Bij de beleving
van planten kijk je naar de vorm en structuur van planten.
Een fijn blad roept andere gevoelens bij je op dan een
heel stevig blad. Maar je hebt ook heel bijzonder planten
met bijzondere eigenschappen of groeivormen, denk bijvoorbeeld
maar aan de scharnierplant. Mensen kunnen zich identificeren
met de kracht die een bepaalde plant uitstraalt, maar
ook met de fragiliteit van planten. Ik heb bijvoorbeeld
zelf in een therapietuin een soort ziekenhuisje ingericht
voor zielige, zieke planten die extra zorg nodig hebben.
De manier waarop je tuiniert, de orde die je daarin
aanbrengt en de planten die je kiest, zeggen iets over
jouzelf. Neem nou een bonsai, als je daarmee bezig bent,
dan ben je supergecontroleerd en bijna sadistisch met
de natuur bezig, gelijktijdig vraagt het kweken van
zo'n kunstvorm heel veel liefde; je besteedt er immers
heel veel tijd en aandacht aan."
De tuintherapeut zal voor therapeutische doeleinden
een mooie tuin inrichten, maar ook veel ruimte houden
voor de eigen behoeftes van de cliënt. Miedema:
"Een tuin waarin therapeutisch gewerkt kan worden
heeft een omheining die als duidelijke begrenzing dient.
Binnen die beschutting is er gewoon een stuk mooie tuin,
er staat een kasje en daarnaast zijn er allerlei plekken
ingericht waarin je op verschillende manieren kunt werken.
Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een beschutte of een
open plek om te werken. Sommige mensen willen heel graag
gezien worden, die willen het liefst een grote berg
in hun tuin waar ze bovenop kunnen gaan staan, andere
mensen willen weer de beschutting om zich heen voelen.
Er zijn ook mensen die niet willen snoeien, andere cliënten
zijn daar weer dol op. Al deze wensen bekijken we en
nemen we mee in de therapie."
"Tuinieren vraagt om voortdurend afscheid nemen.
Planten sterven af of gaan dood. Er zijn heel veel gelijkenissen
te trekken tussen het dagelijks leven en het dynamische
proces in de tuin. Door in de realiteit in een tuin
bezig te zijn met deze processen kun je grip krijgen
op bepaalde complexe gebieden in je leven. In een tuin
en ook in het leven kun je leren dat je los moet laten,
maar soms ook moet ingrijpen. We maken vaak gebruik
van zulke metaforen over de tuin om dit soort dingen
in te zien of uit te leggen. Niet direct door erover
te praten, maar door het te ervaren. Als je aan het
tuinieren bent dan ben je actief aan het ingrijpen in
de natuur, waardoor er een magisch vormgevingsproces
ontstaat. De tuin is dus ook wel min of meer leesbaar.
Je kunt vaak iets waarnemen over de mens door de manier
waarop hij met zijn tuin omgaat te observeren. Ik heb
bijvoorbeeld te maken gehad met kinderen die alleen
voor cactussen kozen, waarmee ze benadrukten dat ze
niemand dichterbij wilden laten komen. Er zijn mensen
die ieder stukje onkruid of elke aangewaaide bloem elimineren.
Dat zijn vaak mensen die weinig invloed van buitenaf
kunnen of durven toelaten."
Miedema vindt een tuin alleen maar een tuin op het
moment dat een mens daar persoonlijk vorm aan geeft;
als er een interactie plaats vindt tussen de mens en
de natuur. "Als je een hovenier of tuinarchitect
laat komen, dan vind ik dat er al gauw sprake is van
een Ikeatuin. Ik vind daarin de tijdgeest naar voren
komen. Mensen creëren dan geen persoonlijke omgeving
meer, maar laten zich op dat moment een omgeving aanmeten.
Vergelijk het met een schilderij zelf maken of kopen.
Als tuintherapeut vind ik het toch het mooiste als je
eigen uniciteit in de tuin naar voren komt. Ik zie de
tuin dan als een kunstwerk, als een vormgegeven uitdrukking
van wie je zelf bent. Ik vind het logisch dat er deskundigen
ingeroepen worden bij het maken van een tuin, maar die
deskundigen zouden dan wel uit moeten gaan van de belevingswereld
en de wensen van de cliënt. Wat wil die in de tuin
gaan doen, en in welke omgeving voelt die persoon zich
prettig. Tuinarchitecten en -ontwerpers kunnen volgens
mij op deze wijze wel degelijk steun bieden. Maar het
huidige uitgangspunt van tuinarchitecten is met name
de vorm, de tuin die gemaakt wordt moet vooral aan esthetische
doeleinden voldoen. Ik vind dat op dat moment het persoonlijke
element of de beleving van een tuin te veel uit het
oog verloren raakt."
Volgens Miedema zou een wederzijdse kennisuitwisseling
tussen tuinarchitecten en tuintherapeuten tot meerwaarde
kunnen leiden. "Mensen kijken vaak automatisch
naar de functionaliteit van een tuin. Ik vind het van
essentieel belang dat je gevoel hebt voor de bijzondere
dingen in je omgeving. Een tuinarchitect heeft daarentegen
veel meer know-how voor wat betreft sec de stijl of
vormgeving, daar zouden de tuintherapeuten nog veel
van kunnen leren. Wij zijn methodisch geschoold als
therapeut en tuinder. Niet alleen vakkennis is belangrijk,
maar je moet jezelf ook goed kennen, waarom ga je als
tuininrichter op bepaalde manieren om met vormgeving
of plantenkeuze. En durf je ook de emotionele betrokkenheid
aan als je een tuin inricht. Die betrokkenheid kan voor
sommige mensen heel bedreigend zijn om te voelen, die
beginnen daar maar liever niet aan."
Verstand en gevoel kunnen elkaar ontmoeten en zelfs
samengaan. Miedema: "De thematuin van de Botanische
tuin van de universiteit van Utrecht is daar een goed
voorbeeld van. Bij deze tuin is ook uitgegaan van de
beleving van de tuin. Je hebt daar bijvoorbeeld een
hoek met planten die allemaal geluiden maken, of een
hoekje met planten die lekker ruiken, planten die lekker
voelen. De zintuiglijke beleving speelt hierbij weer
een rol, tuintherapeuten vinden dat erg belangrijk."
"Wat ik de mooiste tuin vind? Ik wil een onderscheid
maken tussen een lievelingstuin en de mooiste tuin.
Een lievelingstuin is die tuin waar je hart ligt. Die
ligt in mijn eigen tuin. De mooiste therapeutische tuin
die ik gezien heb vind ik de Japanse tuin van Park Clingendael
in Den Haag. Ik zie in deze tuin een mystieke, symbolische
vormgeving. De kunst en de kunde die erin weerspiegeld
zijn vind ik erg mooi."
Cécile van der Heijden
Meer informatie over tuintherapie kon u vinden
op: www.tuintherapie.myweb.nl
te zijn met deze processen kun je grip krijgen op bepaalde
complexe gebieden
|