Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 2 • NUMMER 2

21 sept 2000

 
     
  De essentie van eenvoud, een gesprek met Pieter Buys, tuin- en landschapsarchitect  
     
   
   
 

"Als ik naar mijn werk kijk zie ik vooral een ontwikkeling naar eenvoud. Nog meer wegstrepen en weglaten om de essentie te behouden en te versterken", zegt Pieter Buys (1923), nestor van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur en erelid van de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (NVTL).

Het zonlicht valt gefilterd door de haagboog boven de lange laan die leidt naar het huis van Pieter Buys in Vught om pas op de cour voluit te kunnen stralen. In zijn atelier dat achter het huis in de tuin ligt staan grote tafels vol ontwerprollen, een schildersezel en kasten vol boeken. Buys legt uit met potlood en papier, hij schetst zijn ideeën en bedoelingen. Hij tekent verbanden en samenhangen tussen huis en tuin en tussen tuin en omgeving en zegt nog over zo veel energie te beschikken dat hij voorlopig niet van plan is om daarmee op te houden. Buys: "Een tuinarchitect denkt van binnen naar buiten, vanuit het huis naar de tuin, een landschapsarchitect denkt van buiten naar binnen. Ik zie de tuin als een begrensde buitenruimte waarin ik bepaalde natuurlijke elementen terugbreng in een bepaalde geordende wijze. Daarin wordt de situering en de oriëntatie van het huis betrokken zodat er een samenhang ontstaat. Natuur, dat wat is, en ratio, dat wat gemaakt is, zijn complementair. Zo wordt de buitenruimte geschikt als verblijfplaats voor de mens."

In 1945 studeerde Buys af als tuin- en landschapsarchitect in Boskoop om zijn studie enige jaren later voort te zetten aan de kunstacademie, afdeling tuin- en landschapsarchitectuur, van Kopenhagen. "We waren bevlogen, op jonge leeftijd neem je alle informatie nog op als een spons. Door de buitenwereld werd er nog vreemd aangekeken tegen de tuinarchitect, die werd gezien als een soort hovenier met een witte boord. Dat kleine groepje afgestudeerden heeft hard moeten knokken om op voet van gelijkheid te komen met architecten en stedenbouwkundigen. Toen, in de jaren vijftig, begonnen we bij nul. De eerste tuinen die je maakte waren altijd voor je familie. Doordat ik samen met anderen heb meegedaan aan een prijsvraag voor een parkstrook in het centrum in Oslo, die we wonnen, werd ik al snel bekender. Ik kreeg bijvoorbeeld de opdracht om in Den Haag de binnentuinen te ontwerpen voor de wijk Morgenstond voor de Vereniging Verbetering Zij Ons Streven. Een naam die nooit zou mogen verdwijnen", zegt Buys lachend.

Sinds 1950 was Buys deelgenoot in het bureau Buys-Meijers-Warnau Tuinarchitekten in Den Bosch. In 1962 richtte hij zijn eigen bureau Buys Tuin- en Landschaps-architect BNT op, wat later Buys en Van der Vliet Tuin- en Landschapsarchitecten werd. Sinds zijn pensioen werkt Buys weer zelfstandig vanuit zijn tuinatelier. En opnieuw werkt hij vaak samen, nu vooral met de tuin- en landschapsarchitect Jeroen Hoefsloot.

Vanaf midden jaren zestig heeft Buys in overleg met architect Pieter Dijkema gewerkt aan de buitenruimten van de Medische Faculteit in Nijmegen. Samen met Jos Bedaux werkte hij aan de buitenruimte en de patio's van de Katholieke Universiteit Brabant. Daarnaast heeft hij ontwerpen gemaakt voor het Noord-Brabants Museum in Den Bosch, de buitenruimten van de Ministeries van Binnenlandse Zaken, Financiën en Justitie, verschillende zorginstellingen en utiliteitsgebouwen.

"Samenwerking" is een begrip dat door Buys hoog in het vaandel wordt geschreven. Vanaf de eerste schets tot aan de realisering. Met architecten, met opdrachtgevers. Zo memoreert Buys de samenwerking met de onlangs overleden tuin- en landschapsarchitect Wim Boer voor het ontwerp van de terreinen voor de Wereldtentoonstelling 1958 in Brussel.""Een prachtige tijd, elke maand werkbespreking op het bureau aan het Lange Voorhout met de architecten Boks, Rietveld, Van den Broek en Bakema. Met kunstenaars als Karel Appel en Constant Nieuwenhuizen. Op een van onze reizen naar Brussel vroeg ik Constant of hij viool speelde, ik had een viool zien hangen aan de muur van zijn atelier. Nee, zei Constant, maar ik weet dat het Stradivarius is. Ik vroeg of hij die viool niet moest laten taxeren. Nee, Pieter, zei hij, dat zal ik nooit laten doen, het geheim van de viool is mijn geheim en dat moet zo blijven. Deze onderliggende wijsheid is mij steeds bijgebleven, niet elk weten behoeft bevestiging."

Kenmerkend voor de ontwerpen van Buys is de eenvoud. De eenvoud die doorgetrokken wordt in een uitgewogen afstemming van materialen in grootte, textuur en kleur. Buys is beïnvloed door de eenvoud van de 'Bossche School' die Dom Hans van der Laan uitdroeg. "Pater Van der Laan, die uit een architectenfamilie kwam, gaf eens in de twee weken een lezing in het Museum het Kruithuis in Den Bosch. Vanuit Vaals kwam hij in zijn pij vanuit het klooster. Met een man of twintig, architecten, tuin- en landschapsarchitecten, historici en kunstenaars, luisterden we ademloos naar de ideeën van Hans van der Laan. Hij benadrukte steeds dat alles met alles samenhangt. Ook gaf hij nieuwe inzichten in een driedimensionaal stelsel van maten en verhoudingen. Hij bracht alles terug tot de essentie van de architectuur, het onderkomen van de mens en hoe die zich verhoudt tot de natuur."

Buys zelf heeft twintig jaar les gegeven aan avondopleidingen voor het Voortgezet en Hoger Bouwkunst Onderricht in Arnhem, later aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam en gedurende enkele jaren aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen.
"Ik richtte de aandacht van de studenten op de omgeving van de gebouwen; wat is situering, hoe benut je de verschillen in hoogte van een terrein, de zonnestand, de windrichting, de begrenzing. Hoe bereik je de samenhang van huis en tuin, van tuin naar landschap."
Buys ziet nog steeds de uitdaging om binnen de randvoorwaarden een goed ontwerp te maken, samen met de architect en de opdrachtgever, dat tot in lengte van jaren voldoet. Een tuin moet zich kunnen ontwikkelen, tot volle wasdom kunnen komen. Buys toont dat door middel van zijn eigen tuin. Het huis werd ontworpen door zijn vriend architect Gerard Wijnen. De overgang van de gewassen grindtegels binnen naar de grindpaden om het huis toont de geleidelijke overgang van binnen naar buiten. In het eerste deel van zijn tuin staat een boom, een parrotia, die de hele tuin draagt. Buys: "Iedere tuin moet minstens zo'n boom of struik hebben, al is het alleen maar om de vogels die erin komen of om naar boven en de lucht te kunnen kijken. Deze boom is dertig jaar geleden geplant. Al op dat moment moet je je realiseren dat die boom de ruimte moet krijgen die hij nodig heeft om zich te ontwikkelen. Dit open gedeelte van de tuin loopt over in een rechthoekige bloementuin, omplant met buxushagen. Die vormen de overgang naar een lager gedeelte, met elzen, berkenbomen en berenklauwen waar wilde planten tieren omdat de natuur hier meer zijn eigen gang heeft kunnen gaan. Uiteindelijk loopt de tuin af in een grote natuurlijke waterpartij, omzoomd door opgaande wilgen als een afsluitend akkoord voor de gehele tuin.

Buys heeft veel particuliere tuinen ontworpen en werkte de afgelopen jaren veel aan deelopdrachten voor de gemeente Etten-Leur.

"Wat ik de mooiste tuin vind die ik ken? Dat is de volgende, altijd de volgende tuin die ik ga maken."

Cécile van der Heijden

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts