 |
"Als ik naar mijn werk kijk zie ik vooral een
ontwikkeling naar eenvoud. Nog meer wegstrepen en weglaten
om de essentie te behouden en te versterken", zegt
Pieter Buys (1923), nestor van de Nederlandse tuin-
en landschapsarchitectuur en erelid van de Nederlandse
Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (NVTL).
Het zonlicht valt gefilterd door de haagboog boven
de lange laan die leidt naar het huis van Pieter Buys
in Vught om pas op de cour voluit te kunnen stralen.
In zijn atelier dat achter het huis in de tuin ligt
staan grote tafels vol ontwerprollen, een schildersezel
en kasten vol boeken. Buys legt uit met potlood en papier,
hij schetst zijn ideeën en bedoelingen. Hij tekent
verbanden en samenhangen tussen huis en tuin en tussen
tuin en omgeving en zegt nog over zo veel energie te
beschikken dat hij voorlopig niet van plan is om daarmee
op te houden. Buys: "Een tuinarchitect denkt van
binnen naar buiten, vanuit het huis naar de tuin, een
landschapsarchitect denkt van buiten naar binnen. Ik
zie de tuin als een begrensde buitenruimte waarin ik
bepaalde natuurlijke elementen terugbreng in een bepaalde
geordende wijze. Daarin wordt de situering en de oriëntatie
van het huis betrokken zodat er een samenhang ontstaat.
Natuur, dat wat is, en ratio, dat wat gemaakt is, zijn
complementair. Zo wordt de buitenruimte geschikt als
verblijfplaats voor de mens."
In 1945 studeerde Buys af als tuin- en landschapsarchitect
in Boskoop om zijn studie enige jaren later voort te
zetten aan de kunstacademie, afdeling tuin- en landschapsarchitectuur,
van Kopenhagen. "We waren bevlogen, op jonge leeftijd
neem je alle informatie nog op als een spons. Door de
buitenwereld werd er nog vreemd aangekeken tegen de
tuinarchitect, die werd gezien als een soort hovenier
met een witte boord. Dat kleine groepje afgestudeerden
heeft hard moeten knokken om op voet van gelijkheid
te komen met architecten en stedenbouwkundigen. Toen,
in de jaren vijftig, begonnen we bij nul. De eerste
tuinen die je maakte waren altijd voor je familie. Doordat
ik samen met anderen heb meegedaan aan een prijsvraag
voor een parkstrook in het centrum in Oslo, die we wonnen,
werd ik al snel bekender. Ik kreeg bijvoorbeeld de opdracht
om in Den Haag de binnentuinen te ontwerpen voor de
wijk Morgenstond voor de Vereniging Verbetering Zij
Ons Streven. Een naam die nooit zou mogen verdwijnen",
zegt Buys lachend.
Sinds 1950 was Buys deelgenoot in het bureau Buys-Meijers-Warnau
Tuinarchitekten in Den Bosch. In 1962 richtte hij zijn
eigen bureau Buys Tuin- en Landschaps-architect BNT
op, wat later Buys en Van der Vliet Tuin- en Landschapsarchitecten
werd. Sinds zijn pensioen werkt Buys weer zelfstandig
vanuit zijn tuinatelier. En opnieuw werkt hij vaak samen,
nu vooral met de tuin- en landschapsarchitect Jeroen
Hoefsloot.
Vanaf midden jaren zestig heeft Buys in overleg met
architect Pieter Dijkema gewerkt aan de buitenruimten
van de Medische Faculteit in Nijmegen. Samen met Jos
Bedaux werkte hij aan de buitenruimte en de patio's
van de Katholieke Universiteit Brabant. Daarnaast heeft
hij ontwerpen gemaakt voor het Noord-Brabants Museum
in Den Bosch, de buitenruimten van de Ministeries van
Binnenlandse Zaken, Financiën en Justitie, verschillende
zorginstellingen en utiliteitsgebouwen.
"Samenwerking" is een begrip dat door Buys
hoog in het vaandel wordt geschreven. Vanaf de eerste
schets tot aan de realisering. Met architecten, met
opdrachtgevers. Zo memoreert Buys de samenwerking met
de onlangs overleden tuin- en landschapsarchitect Wim
Boer voor het ontwerp van de terreinen voor de Wereldtentoonstelling
1958 in Brussel.""Een prachtige tijd, elke maand
werkbespreking op het bureau aan het Lange Voorhout
met de architecten Boks, Rietveld, Van den Broek en
Bakema. Met kunstenaars als Karel Appel en Constant
Nieuwenhuizen. Op een van onze reizen naar Brussel vroeg
ik Constant of hij viool speelde, ik had een viool zien
hangen aan de muur van zijn atelier. Nee, zei Constant,
maar ik weet dat het Stradivarius is. Ik vroeg of hij
die viool niet moest laten taxeren. Nee, Pieter, zei
hij, dat zal ik nooit laten doen, het geheim van de
viool is mijn geheim en dat moet zo blijven. Deze onderliggende
wijsheid is mij steeds bijgebleven, niet elk weten behoeft
bevestiging."
Kenmerkend voor de ontwerpen van Buys is de eenvoud.
De eenvoud die doorgetrokken wordt in een uitgewogen
afstemming van materialen in grootte, textuur en kleur.
Buys is beïnvloed door de eenvoud van de 'Bossche
School' die Dom Hans van der Laan uitdroeg. "Pater
Van der Laan, die uit een architectenfamilie kwam, gaf
eens in de twee weken een lezing in het Museum het Kruithuis
in Den Bosch. Vanuit Vaals kwam hij in zijn pij vanuit
het klooster. Met een man of twintig, architecten, tuin-
en landschapsarchitecten, historici en kunstenaars,
luisterden we ademloos naar de ideeën van Hans
van der Laan. Hij benadrukte steeds dat alles met alles
samenhangt. Ook gaf hij nieuwe inzichten in een driedimensionaal
stelsel van maten en verhoudingen. Hij bracht alles
terug tot de essentie van de architectuur, het onderkomen
van de mens en hoe die zich verhoudt tot de natuur."
Buys zelf heeft twintig jaar les gegeven aan avondopleidingen
voor het Voortgezet en Hoger Bouwkunst Onderricht in
Arnhem, later aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam
en gedurende enkele jaren aan de Landbouwuniversiteit
in Wageningen.
"Ik richtte de aandacht van de studenten op de
omgeving van de gebouwen; wat is situering, hoe benut
je de verschillen in hoogte van een terrein, de zonnestand,
de windrichting, de begrenzing. Hoe bereik je de samenhang
van huis en tuin, van tuin naar landschap."
Buys ziet nog steeds de uitdaging om binnen de randvoorwaarden
een goed ontwerp te maken, samen met de architect en
de opdrachtgever, dat tot in lengte van jaren voldoet.
Een tuin moet zich kunnen ontwikkelen, tot volle wasdom
kunnen komen. Buys toont dat door middel van zijn eigen
tuin. Het huis werd ontworpen door zijn vriend architect
Gerard Wijnen. De overgang van de gewassen grindtegels
binnen naar de grindpaden om het huis toont de geleidelijke
overgang van binnen naar buiten. In het eerste deel
van zijn tuin staat een boom, een parrotia, die de hele
tuin draagt. Buys: "Iedere tuin moet minstens zo'n boom
of struik hebben, al is het alleen maar om de vogels
die erin komen of om naar boven en de lucht te kunnen
kijken. Deze boom is dertig jaar geleden geplant. Al
op dat moment moet je je realiseren dat die boom de
ruimte moet krijgen die hij nodig heeft om zich te ontwikkelen.
Dit open gedeelte van de tuin loopt over in een rechthoekige
bloementuin, omplant met buxushagen. Die vormen de overgang
naar een lager gedeelte, met elzen, berkenbomen en berenklauwen
waar wilde planten tieren omdat de natuur hier meer
zijn eigen gang heeft kunnen gaan. Uiteindelijk loopt
de tuin af in een grote natuurlijke waterpartij, omzoomd
door opgaande wilgen als een afsluitend akkoord voor
de gehele tuin.
Buys heeft veel particuliere tuinen ontworpen en werkte
de afgelopen jaren veel aan deelopdrachten voor de gemeente
Etten-Leur.
"Wat ik de mooiste tuin vind die ik ken? Dat is
de volgende, altijd de volgende tuin die ik ga maken."
Cécile van der Heijden
|