|
"Als je een tuin maakt, dan moet je als klant
eerst weten wat je wilt; er moet een ontwerp aan ten
grondslag liggen," zegt ir. Jan Boogaart (1939),
cultuurtechnicus en voorzitter van de Vereniging voor
Hoveniers en Groenvoorzieners in Bunnik. "Over
het ontwerp van een huis is nagedacht. Een zelfde concept
zou aan de tuin ten grondslag moeten liggen om een eenheid
tussen huis en tuin te bewerkstelligen. Tuinarchitecten
of -ontwerpers kunnen dat bereiken door middel van een
bewuste vormgeving. Hoveniers maken zelf ook ontwerpen,
maar het niveau van het ontwerp van de tuinarchitect
ligt kwalitatief een stuk hoger. De core business van
een tuinarchitect is immers ontwerpen, de core business
van de hovenier is aanleg. Vergelijk het maar met de
artiest en de uitvoerder."
"De geheide beginnersfout van de tuinbezitter
is dat hij lukraak wil beginnen. Zo van 'we maken hier
een paadje en zetten daar nog een paar plantjes neer
en verder zien we wel'. Het concept ontbreekt. Er zijn
best particulieren die een kunstzinnig gevoel hebben,
en die dat uitwerken in hun tuin, waardoor die tuin
heel herkenbaar wordt voor de omgeving als 'de tuin
van de familie Jansen'. Maar zulke mensen zijn in de
minderheid. De meeste mensen zien gewoon een mooi struikje,
kopen dat, planten dat in hun tuin en merken dan na
een week dat dat struikje maar een paar dagen bloeit.
Na drie jaar merken ze bovendien dat die struik te groot
wordt voor de tuin, en dan wordt die struik maar gerooid.
Of neem nu de bestrating. Als een klant zelf een straatje
aan wil leggen, dan vind ik dat prima. Over het algemeen
zal hij in bijna alle gevallen geen goed fundament daaronder
aanleggen, waardoor dat straatje op den duur gaat verzakken."
"Veel mensen laten zich dus niet voorlichten door
specialisten, terwijl ze eigenlijk zelf te weinig weten
over ontwerp en aanleg. Met een goed basisontwerp kom
je veel verder, maar veel mensen vinden een paar duizend
gulden voor een ontwerpje al te duur. Ze realiseren
zich niet dat ze door professioneel advies in te winnen
teleurstellingen kunnen voorkomen en dat ze wat ze anders
aan hun mislukte pogingen hebben besteed eigenlijk al
snel terugverdienen. Mijn advies aan het publiek is
dus altijd dat je als tuinenbezitter de kennis die je
zelf niet hebt door middel van de juiste specialisten
in huis moet halen. Dat geldt ook voor de doe-het-zelver
en de mensen met de beperkte beurs. Het is voordeliger
om één keer voor een goed ontwerp en een
goede aanleg te kiezen dan om je tuin na drie jaar weer
te moeten veranderen omdat je pad verzakt is en je beplanting
toch niet blijkt te zijn wat je eigenlijk wilde. Met
de tijd en de nodige mislukkingen komt dat inzicht meestal
ook wel bij het publiek. Tuinontwerp en -aanleg is immers
een moeilijk vak. Dat kan niet zo maar iedereen."
"Een hovenier legt in de eerste plaats tuinen
aan," zegt Boogaart. "Hij verricht grondwerk,
bestratingswerk, maar maakt ook kunstwerkjes; hij maakt
trapjes of muurtjes van hout, beton of steen. Het allerlaatste
wat een hovenier doet is planten in de tuin zetten.
De planten moeten immers in een goed milieu terecht
komen. Veel hele grote hoveniersbedrijven hebben zelf
een tuinarchitect in dienst. Daarnaast zijn er veel
hoveniers die zelf ontwerpen en die alleen als het gevraagde
ontwerp erg complex is gebruik maken van een tuinarchitect.
Vooral bij kleine tuinen is het inschakelen van een
architect zowel voor de hovenier als de klant te duur.
Over het algemeen mag je verwachten dat het niveau van
het ontwerp van de tuinarchitecten hoger ligt dan de
ontwerpen van de hoveniers. Iemand die een specifieke
opleiding heeft gevolgd voor tuinontwerp of tuinarchitectuur
kan natuurlijk meer kwaliteit leveren dan iemand die
daar niet specifiek op gericht is. Als het gaat om grotere
tuinen of om buitenruimten rondom gebouwen dan vind
ik zeker dat er een tuinarchitect ingeschakeld moet
worden om een esthetisch verantwoorde buitenruimte te
creëren."
Boogaart vindt tuinarchitectuur een ondergewaardeerd
vak, maar volgens hem hebben tuinarchitecten zelf ook
last van koudwatervrees en een te grote bescheidenheid.
"Nederland heeft bijzonder veel goede tuinarchitecten,
maar het zijn en blijven individualisten. Ze hebben
wel een vereniging, maar ook die blijft naar mijn mening
te veel een eilandje. In mijn optiek zouden ze veel
meer aan de weg moeten timmeren. Ik vind dat ze zich
veel te bedeesd opstellen. Ze hebben een prima produkt
te leveren, daar mogen ze het publiek ook van overtuigen.
Ik vind het ook jammer dat ze zo moeilijk te benaderen
en weinig coöperatief zijn. De hele maatschappij
verandert en vraagt om steeds meer overleg en samenwerking.
Tussen hoveniers en architecten lijkt me dat eigenlijk
ook noodzakelijk. Uiteindelijk zitten we toch in dezelfde
vijver te vissen. Ik begrijp niet goed waarom ze zo
aan de zijlijn blijven staan. We zouden veel meer samen
moeten praten."
De voorzitter van de VHG vindt een grotere en betere
samenwerking noodzakelijk tussen tuinarchitecten en
gerenommeerde groenbedrijven waar grote kennis van het
uitvoeringswerk aanwezig is. "De angst van tuinarchitecten
dat ze daarbij hun onafhankelijkheid zullen verliezen
is volstrekt ongegrond. Ik zou bijvoorbeeld graag willen
dat heel veel buitenruimten waar projectontwikkelaars
mee aankomen door tuinarchitecten ontworpen zouden worden.
Die ontwerpen gaan nu deels naar mensen waarvan ik vind
dat ze daar niet geschikt voor zijn. Het gevolg is dat
je veel te weinig esthetisch verantwoorde ontwerpen
krijgt. Als er in Nederland een cultuur zou kunnen ontstaan
waarin het werk van de tuinarchitect op even hoge waarde
geschat wordt als dat van de bouwarchitect zouden er
veel meer kwalitatief hoogstaande buitenruimten ontstaan.
Hoveniers en tuinarchitecten zouden samen het imago
van het belang van de buitenruimten op kunnen krikken."
Volgens Boogaart is het van belang dat een hovenier
het ontwerp van een tuinarchitect begrijpt om het goed
uit te kunnen voeren. "Een hovenier moet ook kunnen
communiceren met de architect. Over het algemeen lukt
dat de hovenier wel, maar de architecten hebben daar
vaak wat meer moeite mee. Een ontwerp moet vertaald
kunnen worden in een bestek; een nauwkeurige omschrijving
van de werkzaamheden. Het maken van die bestekken en
een kostenraming is naar mijn mening voor veel tuinarchitecten
een moeilijke zaak. Volgens mij is het hebben van een
grote creativiteit tegenstrijdig met het nauwkeurig
omschrijven wat er nou allemaal precies moet gebeuren
en het maken van gedetailleerde berekeningen. Er zijn
nogal wat tuinarchitecten die dat daarom ook overlaten
aan speciale bureaus. Uiteindelijk komt het ook altijd
wel goed, maar we zouden ons wel bewust mogen worden
van de voordelen van een prettige en duidelijke communicatie."
"De mooiste tuin die ik ken? Dat is een schitterende
tuin van anderhalve hectare in Winterswijk. Rond het
huis ligt een cultuurtuin. Maar daarachter ligt nog
een hectare ecologisch verantwoorde tuin met een vijver
erin. Er is een vleermuizenkelder in aangelegd, en er
komen regelmatig reeën. In die tuin bloeien zeldzame
orchideeën en heel veel bijzondere planten. In
de vijver en de oeverranden is een klimaat geschapen
dat uitstekend geschikt is voor vogels. Het is een feest
om in die tuin te zijn. Het is eerder een voorwaardenscheppende
tuin, wat minder gecultiveerd. Het ontwerp is ontsproten
aan de breinen van verschillende mensen; de bewoner
die een grote natuurliefhebber is een tuinarchitect
en een uitvoerend medewerker met een grote ecologische
kennis van mijn eigen groenvoorzieningsbedrijf Boogaart
BV. Als het erop aan komt spreken zulke tuinen mij toch
het meeste aan, ook al houd ik ook van prachtige paleistuinen.
Ik ben niet zo eenkennig, ik ben immers geen tuinarchitect."
Cécile van der Heijden
|