Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 2 • NUMMER 2

21 sept 2000

 
     
  De functionele buitenruimte, een gesprek met Peter Agterberg, architect  
     
   
   
 

"Ontwerp is ontwerp", meent architect Peter Agterberg (1948). "Als ontwerper maakt het niet uit wat je ontwerpt, als je je maar verdiept in de materie waar je mee werkt. Als je ergens mee bezig bent, of dat nu een huis, een tuin of een interieur is, dan moet je in de eerste plaats de probleemstelling kunnen definiëren. Als je dat kunt, dan is het ontwerp al bijna klaar. Maar als een ontwerp van een tuin- of landschapsarchitect toegevoegde waarde heeft, dan werk ik daarmee samen. De uitwisseling van kennis en creativiteit tussen twee ontwerpers levert altijd wat op."

Agterberg, die gestudeerd heeft aan het Instituut voor Architectuur in Utrecht is sterk beïnvloed door het functionalisme uit de jaren twintig en dertig. Nadat hij op verschillende bureaus gewerkt heeft, onder meer bij Koen van Velsen in Bussum en Bureau Oosting in Utrecht, heeft hij elf jaar geleden in Tiel zijn eigen architectenbureau opgezet. Samen met zijn vrouw, Caro Agterberg, ontwerpt hij huizen, bedrijfsgebouwen en soms ook tuinen. "Het belangrijkste van een huis of een tuin is dat je als mens goed kunt functioneren in dat bepaalde huis of die tuin, dat je daarin alles kunt doen en laten wat je wilt. Maar jezelf ergens prettig voelen is natuurlijk ook een functie. Wat de meeste mensen gezellig vinden, vind ik niet gezellig, ik ontwerp geen boerderettes." Agterbergs moderne architectuur kenmerkt zich door kubistische vormen, ruimtelijkheid en lichtheid. In zijn vaak witte huizen wordt iedere ruimte benut en zijn regelmatig hoge vides terug te vinden. Zijn visie op architectuur heeft hij doorgetrokken naar de tuinarchitectuur. Zijn eigen tuin, die hij binnenruimte noemt, ademt een Zuid-Franse sfeer. Een verharde vloer met aan beide zijden een bomenrij catalpa's die de middengang omsluiten, geven een pleinachtig idee terwijl de ommuring je weer terug brengt tot het privé-element van de tuin.

"Ik probeer de binnenruimte een soort interieur mee te geven, zodat je niet verloren in een tuin zit; je moet je omsloten kunnen voelen. Er is een groot verschil tussen de voor- en de achtertuin. De voorkant van het huis staat meer in verbinding met de straat en de buitenwereld. Een achtertuin moet voelen als een kamer, als een overgangsgebied van de veilige binnenruimte naar het echte harde buiten."

De mensen die naar Agterberg toe komen kennen zijn architectuur vaak al. Na gesprekken en het bekijken van de locatie komt Agterberg tot een ontwerp op maat voor de individuele opdrachtgever. "Bij het begin van het ontwerp zie ik het huis als gebruiksvoorwerp, mijn vrouw ziet meer het totaalbeeld, uiteindelijk komen we allebei bij hetzelfde uit. Ik vind niet dat een huis in zijn omgeving past door zijn verschijningsvorm, wel door zijn functie en schaal. Juist in een straat met bijvoorbeeld allemaal vrijstaande woningen versterkt de autonomie van het individuele huis dat van de andere huizen. We nemen de tuin mee in het ontwerp als een soort schaalvergroting van het huis; we zien de tuin als toevoeging aan het huis en niet andersom. Onze tuinen zijn vaak ook heel strak, ze worden gemaakt in de stijl en het gevoel van het huis. Of ik dan nog wel groen denk? Ja, alhoewel in onze tuinen wel veel verhardingen zijn terug te vinden. Maar er komen ook waterpartijen in voor, en we vullen aan met groen, meestal in de vorm van bomen."

Volgens Agterberg denken veel mensen als ze een huis gaan bouwen vooral aan het ontwerp van het huis. "Veel mensen denken in eerste instantie niet verder dan het huis, een half jaar later komt dan de hovenier die er een paar plantjes in komt zetten. De waarde van de aanleg van de tuin wordt door heel veel mensen onderschat. Terwijl je met zo'n ontwerp heel veel kunt bereiken. Ik denk ook dat er te weinig goede voorbeelden van zijn. Mensen kijken vaak niet veel verder dan hun omgeving. Die hele mooie tuinen die er wel zijn, die zijn ook vaak niet toegankelijk, je gaat niet zo maar bij iemand zijn tuin in."

"Als ik denk dat een ontwerp voor een tuin van een tuin- of landschapsontwerper of -architect toegevoegde waarde heeft, dan schakel ik hem of haar in. Bovendien vind ik het leuk om samen te werken met zo iemand. Om ook de inbreng van zijn of haar kant in beschouwing te nemen. Een tuin- of landschapsarchitect heeft natuurlijk ook veel meer kennis van beplanting dan een architect. De wisselwerking die er ontstaat tussen twee ontwerpers levert ook altijd wat op, de uitwisseling van kennis en creativiteit."

Voor de gemeenschappelijke tuin van de acht eco-woningen die Agterberg ontworpen heeft voor de Tielse nieuwbouwwijk Passewaay, heeft hij daarom wel een tuin- en landschapsontwerper ingeschakeld. "Voor dit project heb ik acht woningen ontworpen die in vier halve cirkels staan. In de verkoopakte heb ik vastgelegd dat de eigenaren geen erfscheidingen aan mogen brengen omdat ik van de buitenruimte een parkachtig gebied wil maken. Ik heb het gebied niet verkaveld, de mensen kunnen dus geen erfgrens vinden. Zij zijn met zijn achten eigenaar van het park dat wel begrensd is. Ze hebben alleen een terras dat ze zelf wèl kunnen inrichten. De tuin- en landschapsontwerper heeft voor dit park een soort lappendeken ontworpen; ieder lapje grond heeft zijn eigen invulling en ontwerp. De grid maakt van dat park natuurlijk een samenhangend geheel, waardoor het idee van erfbegrenzing verdwijnt. Omdat het grid een thema is dat doorloopt over het hele terrein is het een hele goede manier om eenheid te scheppen tussen de woningen en het park."

Volgens Agterberg krijgen ook ontwikkelaars en overheden de laatste tien jaar meer oog voor buitenruimten in de binnenstedelijke gebieden. "Tot nog toe werd dat gebied heel zwak ingevuld, door gebrek aan geld maar ook gewoon omdat de aandacht daarvoor ontbrak. Tegenwoordig is er veel meer belangstelling voor de aankleding van bijvoorbeeld pleinen. De ruimtebeleving van mensen gaat een steeds grotere rol spelen. Ook bij de tuin is dat het geval, maar dan op een kleinere schaal. De tuin moet dezelfde ruimtebeleving als het huis uitstralen. Zonder een ontwerp bereik je die beleving niet. Je moet een bepaald soort interieuren, ruimtebepalende elementen aanbrengen die de plek vormgeven."

"Wat ik de mooiste tuin vind? Die moet ik nog gaan maken. Ik ken heel weinig mooie privétuinen eerlijk gezegd. Sommige openbare buitenruimten vind ik wel mooi, het Park Lafayette in Parijs vanwege de ruimtelijkheid, de Ramblas of de tuin van Gaudi in Barcelona. Een hele mooie klassieker vind ik nog steeds de Place Grande in Parijs in de buurt van het Louvre."

Cécile van der Heijden

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts