 |
"Ontwerp is ontwerp", meent architect Peter
Agterberg (1948). "Als ontwerper maakt het niet
uit wat je ontwerpt, als je je maar verdiept in de materie
waar je mee werkt. Als je ergens mee bezig bent, of
dat nu een huis, een tuin of een interieur is, dan moet
je in de eerste plaats de probleemstelling kunnen definiëren.
Als je dat kunt, dan is het ontwerp al bijna klaar.
Maar als een ontwerp van een tuin- of landschapsarchitect
toegevoegde waarde heeft, dan werk ik daarmee samen.
De uitwisseling van kennis en creativiteit tussen twee
ontwerpers levert altijd wat op."
Agterberg, die gestudeerd heeft aan het Instituut voor
Architectuur in Utrecht is sterk beïnvloed door
het functionalisme uit de jaren twintig en dertig. Nadat
hij op verschillende bureaus gewerkt heeft, onder meer
bij Koen van Velsen in Bussum en Bureau Oosting in Utrecht,
heeft hij elf jaar geleden in Tiel zijn eigen architectenbureau
opgezet. Samen met zijn vrouw, Caro Agterberg, ontwerpt
hij huizen, bedrijfsgebouwen en soms ook tuinen. "Het
belangrijkste van een huis of een tuin is dat je als
mens goed kunt functioneren in dat bepaalde huis of
die tuin, dat je daarin alles kunt doen en laten wat
je wilt. Maar jezelf ergens prettig voelen is natuurlijk
ook een functie. Wat de meeste mensen gezellig vinden,
vind ik niet gezellig, ik ontwerp geen boerderettes."
Agterbergs moderne architectuur kenmerkt zich door kubistische
vormen, ruimtelijkheid en lichtheid. In zijn vaak witte
huizen wordt iedere ruimte benut en zijn regelmatig
hoge vides terug te vinden. Zijn visie op architectuur
heeft hij doorgetrokken naar de tuinarchitectuur. Zijn
eigen tuin, die hij binnenruimte noemt, ademt een Zuid-Franse
sfeer. Een verharde vloer met aan beide zijden een bomenrij
catalpa's die de middengang omsluiten, geven een pleinachtig
idee terwijl de ommuring je weer terug brengt tot het
privé-element van de tuin.
"Ik probeer de binnenruimte een soort interieur
mee te geven, zodat je niet verloren in een tuin zit;
je moet je omsloten kunnen voelen. Er is een groot verschil
tussen de voor- en de achtertuin. De voorkant van het
huis staat meer in verbinding met de straat en de buitenwereld.
Een achtertuin moet voelen als een kamer, als een overgangsgebied
van de veilige binnenruimte naar het echte harde buiten."
De mensen die naar Agterberg toe komen kennen zijn
architectuur vaak al. Na gesprekken en het bekijken
van de locatie komt Agterberg tot een ontwerp op maat
voor de individuele opdrachtgever. "Bij het begin
van het ontwerp zie ik het huis als gebruiksvoorwerp,
mijn vrouw ziet meer het totaalbeeld, uiteindelijk komen
we allebei bij hetzelfde uit. Ik vind niet dat een huis
in zijn omgeving past door zijn verschijningsvorm, wel
door zijn functie en schaal. Juist in een straat met
bijvoorbeeld allemaal vrijstaande woningen versterkt
de autonomie van het individuele huis dat van de andere
huizen. We nemen de tuin mee in het ontwerp als een
soort schaalvergroting van het huis; we zien de tuin
als toevoeging aan het huis en niet andersom. Onze tuinen
zijn vaak ook heel strak, ze worden gemaakt in de stijl
en het gevoel van het huis. Of ik dan nog wel groen
denk? Ja, alhoewel in onze tuinen wel veel verhardingen
zijn terug te vinden. Maar er komen ook waterpartijen
in voor, en we vullen aan met groen, meestal in de vorm
van bomen."
Volgens Agterberg denken veel mensen als ze een huis
gaan bouwen vooral aan het ontwerp van het huis. "Veel
mensen denken in eerste instantie niet verder dan het
huis, een half jaar later komt dan de hovenier die er
een paar plantjes in komt zetten. De waarde van de aanleg
van de tuin wordt door heel veel mensen onderschat.
Terwijl je met zo'n ontwerp heel veel kunt bereiken.
Ik denk ook dat er te weinig goede voorbeelden van zijn.
Mensen kijken vaak niet veel verder dan hun omgeving.
Die hele mooie tuinen die er wel zijn, die zijn ook
vaak niet toegankelijk, je gaat niet zo maar bij iemand
zijn tuin in."
"Als ik denk dat een ontwerp voor een tuin van
een tuin- of landschapsontwerper of -architect toegevoegde
waarde heeft, dan schakel ik hem of haar in. Bovendien
vind ik het leuk om samen te werken met zo iemand. Om
ook de inbreng van zijn of haar kant in beschouwing
te nemen. Een tuin- of landschapsarchitect heeft natuurlijk
ook veel meer kennis van beplanting dan een architect.
De wisselwerking die er ontstaat tussen twee ontwerpers
levert ook altijd wat op, de uitwisseling van kennis
en creativiteit."
Voor de gemeenschappelijke tuin van de acht eco-woningen
die Agterberg ontworpen heeft voor de Tielse nieuwbouwwijk
Passewaay, heeft hij daarom wel een tuin- en landschapsontwerper
ingeschakeld. "Voor dit project heb ik acht woningen
ontworpen die in vier halve cirkels staan. In de verkoopakte
heb ik vastgelegd dat de eigenaren geen erfscheidingen
aan mogen brengen omdat ik van de buitenruimte een parkachtig
gebied wil maken. Ik heb het gebied niet verkaveld,
de mensen kunnen dus geen erfgrens vinden. Zij zijn
met zijn achten eigenaar van het park dat wel begrensd
is. Ze hebben alleen een terras dat ze zelf wèl
kunnen inrichten. De tuin- en landschapsontwerper heeft
voor dit park een soort lappendeken ontworpen; ieder
lapje grond heeft zijn eigen invulling en ontwerp. De
grid maakt van dat park natuurlijk een samenhangend
geheel, waardoor het idee van erfbegrenzing verdwijnt.
Omdat het grid een thema is dat doorloopt over het hele
terrein is het een hele goede manier om eenheid te scheppen
tussen de woningen en het park."
Volgens Agterberg krijgen ook ontwikkelaars en overheden
de laatste tien jaar meer oog voor buitenruimten in
de binnenstedelijke gebieden. "Tot nog toe werd
dat gebied heel zwak ingevuld, door gebrek aan geld
maar ook gewoon omdat de aandacht daarvoor ontbrak.
Tegenwoordig is er veel meer belangstelling voor de
aankleding van bijvoorbeeld pleinen. De ruimtebeleving
van mensen gaat een steeds grotere rol spelen. Ook bij
de tuin is dat het geval, maar dan op een kleinere schaal.
De tuin moet dezelfde ruimtebeleving als het huis uitstralen.
Zonder een ontwerp bereik je die beleving niet. Je moet
een bepaald soort interieuren, ruimtebepalende elementen
aanbrengen die de plek vormgeven."
"Wat ik de mooiste tuin vind? Die moet ik nog
gaan maken. Ik ken heel weinig mooie privétuinen
eerlijk gezegd. Sommige openbare buitenruimten vind
ik wel mooi, het Park Lafayette in Parijs vanwege de
ruimtelijkheid, de Ramblas of de tuin van Gaudi in Barcelona.
Een hele mooie klassieker vind ik nog steeds de Place
Grande in Parijs in de buurt van het Louvre."
Cécile van der Heijden
|