|
Meer communicatie tussen de leden van de Nederlandse Vereniging voor Tuin-
en Landschapsarchitectuur (NVTL) en een intensievere uitwisseling van ideeën
tussen tuin- en landschapsarchitecten en niet-landschapsarchitecten. Dat wil ir.
Jhon van Veelen, voorzitter van de NVTL. "Op dit moment staat de discussie
van tuin- en landschapsarchitecten over de inhoud van het vakgebied op een te
laag pitje. Bovendien is het zaak warme gevoelens te kweken voor het vakgebied
bij niet-landschapsarchitecten en afhankelijk van het thema, zoals dit jaar 'de
tuin ', ook bij het grote publiek. Het bestuur van de NVTL heeft daarom een aantal
nieuwe ontwikkelingen in gang gezet."
Jhon van Veelen (1951), landschapsarchitect en directielid van Zandvoort Ordening
& Advies in Utrecht, een ruimtelijke ordeningsadviesbureau, is sinds 1998
voorzitter van de NVTL. "In mijn werk houd ik me voornamelijk bezig met het
begeleiden van ontwerpers en onderzoekers in de ruimtelijke ordening. Ik blijf
dus dicht bij de inhoudelijke kant van het vakgebied, en dat vind ik prettig."
Toen van Veelen twee jaar geleden als voorzitter werd gevraagd heeft hij het voorzitterschap
onmiddellijk geaccepteerd. Tegelijk met zijn komst moest er een heel nieuw bestuur
gevormd worden. "Ik heb daarvoor mensen gevraagd uit verschillende disciplines
en achtergronden van het vakgebied. Als nieuw bestuur zijn we om de tafel gaan
zitten om onze doelstellingen te formuleren. Het nieuwe bestuur heeft besloten
dat we prioriteit willen geven aan het bevorderen van het vakgebied; we hebben
ervoor gekozen om veel meer een vereniging te zijn voor de architectuur en wat
minder voor de architecten.
Door te werken aan de bevordering van het vakgebied denken we indirect ook
op de beste manier bezig te zijn met de belangenbehartiging van de leden. Dat
betekent in de uitvoering dat we ons vakgebied meer dan voorheen moeten gaan bevorderen
bij de niet-vakgenoten, zowel architecten, planologen als beslissers en bestuurders
en in sommige gevallen ook het grote publiek.
Preken voor eigen parochie heeft weinig zin. We willen dus veel meer naar buiten
treden en het vakgebied in de aanverwante gebieden en in de publiciteit een rol
laten spelen."
Behoedzaam omgaan met veranderingen
Minstens één keer per jaar wil de NVTL daarom een activiteit organiseren
die primair gericht is op niet-leden. Vanuit dat idee is vorig jaar de eerste
Nationale Landschapsdag met het thema 'het landelijk gebied' tot stand gekomen.
Van Veelen: "Het congres dat we organiseerden, waarbij verschillende planners
en beslissers in de discussie over het thema werden betrokken, is succesvol geweest.
Ik heb het idee dat anderen het afgelopen jaar ook dat thema hebben opgepakt en
daar wat mee hebben gedaan. Als vervolg op het congres hebben we een aantal studiebijeenkomsten
voor studenten gehouden om ook de nieuwe vakbeoefenaren in de discussie te betrekken.
Uit de hele discussie over het landelijk gebied hebben we afgeleid dat we als
tuin- en landschapsarchitecten creatief maar ook behoedzaam om moeten gaan met
veranderingen. We moeten zien te voorkomen dat we de fouten herhalen die we in
het verleden gemaakt hebben." In een artikel in het Europese landschapsarchitectentijdschrift
Topos met het thema Nederland dat later dit jaar zal verschijnen is dat ook de
boodschap die Van Veelen duidelijk wil maken. Hij meent dat we voor het het buitenland
een leerfunctie kunnen vervullen doordat we wellicht een fase verder zijn met
de verstedelijkingsprocessen dan andere Europese landen.
Nationale Landschapsdag
In het jaar 2000 heeft het bestuur van de NVTL voor het thema 'jaar van de tuinen'
gekozen. Op de Nationale Landschapsdag, die dit jaar op 21 september wordt gehouden,
wil het bestuur het grote publiek , de tuinbezitter, bereiken. Van Veelen: "Het
thema 'het landelijk gebied' was breed, abstract, weids en grootschalig. Als contrast
hebben we dit jaar voor het thema tuin gekozen. Eigenlijk gaan we dus weer terug
naar de oorsprong van het vak; de echte architectuur, het maken van ruimtekunst.
Hoe abstract het vak ook is, het gaat over mensen. De tuin staat heel dicht bij
de mens en heeft een duidelijke begrenzing in tegenstelling tot het landelijk
gebied. Er is momenteel een enorme hausse aan de gang in tuinaanleg. Iedere televisiezender
heeft tuinprogramma's waarin de illusie gewekt wordt dat je binnen een uur een
tuin kunt maken. Dat is natuurlijk onzin. Wij willen het grote publiek op die
dag laten zien dat je veel meer in huis haalt voor wat betreft diepgang en kunst
op het moment dat je een tuinarchitect of -ontwerper inhuurt. Een tuin is natuurlijk
veel meer dan een verzameling plantjes, het is een soort groen huis dat je om
je heen bouwt. Iets waar je je mee kunt identificeren en waar je je in thuis voelt.
Een tuin kan iets vertellen over je omgeving, het landschap of de stad waar je
in woont, maar kan ook de beleving van de seizoenen optimaliseren."
"Voor de Nationale Landschapsdag zijn we de besturen van vijftig bibliotheken
in Nederland aan het benaderen met de vraag of ze op de 21e september een ruimte
voor ons beschikbaar willen stellen in de bibliotheek.
Het plan is dat er op die dag per bibliotheek twee tuinarchitecten of tuinarchitecten
en -ontwerpers in opleiding aanwezig zijn om tuinbezitters een gratis gesprek
of idee aan te kunnen bieden. Op elke locatie willen we een serie ontwerpkistjes
plaatsen waar tekenpapier en algemene informatie over tuinarchitectuur in zit.
Met behulp van een enquêteformulier willen we proberen wat basisinformatie
te verkrijgen over geïnteresseerde tuinbezitters. Voor die dag wordt er ook
een publiekskrant uitgebracht waarin het thema tuin vanuit verschillende invalshoeken
benaderd wordt.
Omdat er op de Landschapsdag zo verspreid en eigenlijk onzichtbaar gewerkt wordt,
hebben we gekozen voor één centrale locatie, een zaal in de Beurs
van Berlage in Amsterdam, die via internet en camera's in verbinding staat met
de vijftig bibliotheken. Daarnaast hebben we een Amsterdamse basisschool benaderd
met de vraag of de leerlingen een ideale tuin willen ontwerpen. Ze gaan daar een
maquette of kijkdoos van maken, die op de Landschapsdag in de Beurs te vinden
zal zijn. In de zaal wordt tevens ruimte gereserveerd voor tuinarchitectenbureaus
en andere bedrijven die zich op die dag willen presenteren."
Het Kanaal
Ook de interne communicatie tussen leden en bestuur heeft dit jaar veranderingen
ondergaan. Om de communicatie tussen bestuur en leden te versnellen en te intensiveren
en de discussie breder en diepgaander te maken heeft het bestuur 15 mei een nieuw
medium uitgebracht; de e-mailkrant Het Kanaal verschijnt voortaan tweewekelijks.
Voor leden van de NVTL is het abonnement gratis. Van Veelen: "Het doel van
Het Kanaal is om naast De Blauwe Kamer een wat vluchtiger medium te creëren
waarmee we meer en vaker kunnen communiceren met de leden. Voor Het Kanaal is
een eigen en onafhankelijke redactiecommissie gevormd. Er komen allerlei korte
nieuwsfeiten in maar ook bestuursmededelingen en berichten van de vier commissies
van de NVTL: de evenementencommissie, de commissie ontwikkeling vakgebied en onderwijs,
de commissie bureaus en de communicatiecommissie.
Het is de bedoeling dat de abonnees van Het Kanaal via de krant ook toegang krijgen
tot een soort bulletinboard op de NVTL-website zodat er discussies gevoerd kunnen
worden over belangrijke voorgenomen beleidswijzigingen. Er zijn niet zo veel leden
actief, en er is te weinig discussie over de toekomst van de vereniging en het
vakgebied. Bovendien kunnen we nu ook onze collega's die in het buitenland zijn
gaan wonen blijven informeren en in de discussie betrekken. Een belangrijk discussieonderwerp
dat we aan de orde willen stellen is de vraag of niet-erkende vakbeoefenaren met
een eigen adviesbureau ook op de bureaulijst vermeld mogen worden. Tot nu toe
wordt een bureau alleen op de bureaulijst vermeld als minstens één
lid van de directie een erkend tuin- of landschapsarchitect is die ingeschreven
staat in het register. Ik zou zelf de vereniging graag nog opener willen maken,
waardoor we groter kunnen worden."
De NVTL heeft een behoorlijke begroting, waardoor een nieuwe ontwikkeling zoals
Het Kanaal gerealiseerd kan worden. Maar als er grootschalige, goed georganiseerde
activiteiten gehouden worden, stuit de vereniging op een probleem. De voorzitter:
"Met ons huidige budget komen we behoorlijk tekort voor een activiteit als
de Landschapsdag. Het werken aan de sponsoring kost veel tijd. Om deze geldkwestie
op de langere termijn op te lossen willen we meer gaan samenwerken met andere
verenigingen. We zijn op dit moment onder meer in gesprek met de collegavereniging
BNSP (Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen). Omdat
we al in hetzelfde gebouw zitten willen we gaan kijken of we ons secretariaat,
dat onder meer een belangrijke functie vervult als intermediair tussen bureaus
en klanten, niet intensiever kan gaan samenwerken met dat van de BNSP. Op die
manier zou je wat meer efficiëntie en organisatiekracht kunnen krijgen. Op
den duur moet de vereniging toch verder gaan professionaliseren.
Meer bestuurs- en ontwikkelingskracht
Het idee om een directeur aan te nemen is een aantal jaren weggestemd. We denken
er nu aan om misschien enkele leden van het bestuur te gaan bezoldigen. Het voordeel
is dan dat mensen met verschillende kwaliteiten vrijgesteld worden om bestuurswerk
te kunnen doen, maar dat je ze als dat nodig mocht zijn ook weg kunt stemmen waardoor
je als vereniging democratisch blijft. De werkgever van de betreffende persoon
stelt hem of haar vrij voor één of twee dagen in de week, de werkgever
krijgt dan van de vereniging een vergoeding. Met een verscheidenheid aan mensen
en daardoor ook kwaliteiten kun je waarschijnlijk meer bestuurs- en ontwikkelingskracht
krijgen."
Het lijkt Van Veelen goed dat de leden van het huidige bestuur, maar ook toekomstige
bestuurders beseffen dat lidmaatschap van het bestuur van de NVTL een belangrijke
bijdrage aan hun netwerk kan betekenen. "Ik besteed zelf gemiddeld één
dag per week aan het voorzitterschap. Deels onder
werktijd, deels 's avonds. Mijn werkgever is ervan doordrongen dat hij investeert
in mij en het bedrijf door mij die ruimte te geven. Ik zou wel willen dat meer
toekomstige bestuurders in zouden zien dat het nuttig is om een periode een actieve
rol in het bestuur te spelen. Door het vakgebied te bevorderen werk je eigenlijk
voor iedereen en het hele vakgebied, maar tegelijkertijd werk je aan jezelf en
het bedrijf of de instelling waar je voor werkt."
Van Veelen is, als voorzitter van de NVTL, recent gevraagd door het College
van Bestuur van Wageningen Universiteit en Researchcentrum om advies uit te brengen
over de toekomst van de landschapsarchitectuur in het universitair onderwijs.
Van Veelen: "Door veel van onze leden is aan de noodrem getrokken omdat is
gebleken dat de kwaliteit van het huidige onderwijs te wensen overlaat. In samenspraak
met een aantal vakgenoten is voor het universiteitsbestuur de probleemstelling
gepreciseerd en voor die problemen een aantal oplossingen voorgesteld."
"Wat voor mij persoonlijk een tuin is? Een buitenruimte met een hoge
privé-uitstraling, die bij je huis hoort. Ik vind een balkon dus ook een
tuin. Hij is in ieder geval besloten van karakter." Als Van Veelen zijn eigen
tuin beschrijft is het aardig om te merken dat hij deze waarschijnlijk uit betrokkenheid
personifieert. "Ik heb een tuin die probeert een goede combinatie te zijn
van bruikbaarheid en schoonheid. Er zitten kippen in, er is een vijver, je kunt
er schommelen, maar je kunt er ook je fiets in repareren. Het is een gezinstuin
met een eenvoudig lijnenspel en in elk geval een schoonheidsambitie."
Cécile van der Heijden |