|
Moet de NVTL en haar leden meer naar buiten treden om het brede publiek
duidelijk te maken wat architectuurgebruik in hun tuin zou kunnen betekenen? Hoe
kunnen tuinarchitecten en -ontwerpers dat publiek bereiken? Welke middelen zijn
in te zetten naast de traditionele brochure, die eigenlijk toch niet laat zien
wat er bedoeld wordt? Hierover willen we een gesprek in gang zetten, welk via
"Het Kanaal", de E-mail krant van de NVTL kan voortgezet worden. Een
mogelijkheid tot communicatie met het publiek zijn de voorbeeld-kijktuinen. Hebben
die inderdaad een goede werking of blijven het slechts demonstraties van planten
en sierbestrating? Naar aanleiding van de opening van het tuinarchitectuurpark
Makeblijde in Houten vroeg drs. Cècile van der Heijden drie NVTL leden
naar hun mening.
De tuinbezitter denkt als het over tuinarchitectuur gaat nog steeds eerder
aan de individuele plant of de ornamenten dan aan de structuur of de vorm van
een tuin. Hoe zou de tuinbezitter beter kunnen gaan begrijpen wat tuinarchitectuur
nu precies is. En wat vinden de leden van de manier waarop het bestuur van de
Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur (NVTL) met het thema
tuinarchitectuur omgaat. Leen Goedegebuure, Anet Scholma en Thijs van Hees, drie
tuin- en landschapsarchitecten die meer of minder te maken hebben met een Nederlandse
proef- modeltuin en een tuinarchitectuurpark, reflecteren over de profilering
van het vakgebied tuinarchitectuur.
Kijktuinen Goedegebuure
Ing. Leen Goedegebuure, heeft vier jaar geleden naast zijn Buro Goedegebuure Tuin-
en Landschapsarchitekten in Nunspeet ook een aantal modeltuinen, de Kijktuinen
Goedegebuure, aangelegd die opengesteld zijn voor het publiek. "In de eerste
plaats hebben we voorbeeldtuinen aangelegd omdat we in die tuin allerlei experimenten
willen doen met nieuwe planten en combinaties van planten. Maar we testen in onze
tuinen ook bijvoorbeeld de kwaliteit van bestratingsmateriaal. We doen lering
op over het onderhoud; hoe moet je omgaan met de verschillende plantenziekten
en -plagen. Daarnaast speelt de vormgeving natuurlijk ook een rol. In onze tuinen
is het ontwerp verbonden aan verschillende thema's zoals de kruidentuin, de grassentuin
of de rozentuin. Ook passen we nieuwe materialen toe in onze ontwerpen, op dit
moment is metaal als materiaal erg geliefd. We merken op dat er vooral veel vraag
is naar sobere ontwerpen met strakke geschoren vormen, maar dan wel in combinatie
met de wilde natuurlijkheid van bloemen."
Voor tien gulden krijgt de bezoeker van Goedegebuure's tuinen een entreebewijs,
een kopje koffie of thee, en een brochure over de vormgeving van de tuinen met
de bedoeling de bezoeker verder te laten kijken dan de individuele plant. Goedegebuure
meent dat hij door middel van zijn tuinen het publiek beter kan laten begrijpen
wat tuinarchitectuur nu precies inhoudt. Ook geeft hij op verzoek rondleidingen
waarin hij zijn visie op en filosofie over de tuinarchitectuur weergeeft. "Ik
vind het belangrijk dat je als tuinarchitect verwijst naar de architectuur van
een woning, en dat je eenheid maakt tussen binnen en buiten. Als een tuin goed
ontworpen is dan is hij zonder potten of pannen goed maar ook met die potten en
pannen die toch weer over twee jaar wisselen. Er zijn veel hoveniers die zelf
een ontwerper in dienst hebben die wel eventjes een plannetje maakt. Dat heeft
weinig met architectuur te maken. Ik vind dat we ervoor moeten zorgen dat we onze
markt daaraan niet kwijtraken. Onze tuinen hebben naast natuurlijk een experimentele-
en presentatiefunctie ook een informatieve functie voor de potentiële klant.
Deels uit idealisme wil ik ook het vormgevingsidee uitdragen. Veel van onze bezoekers
maar ook van onze klanten zijn zich er nog te weinig van bewust dat het ruimtelijke
plan van een landschapsarchitect meer kwaliteit heeft dan het snel gemaakte plannetje
van de ontwerper die bij de hovenier in dienst is. Die laatste is natuurlijk toch
meer gericht op de uitvoering van het plan."
Goedegebuure is te spreken over het feit dat de NVTL dit jaar het thema 'tuin'
opgepakt heeft. "De NVTL was tot nog toe vooral een landschapsarchitectenvereniging
en geen tuinarchitectenvereniging. Ik geloof dat het bestuur er zich van bewust
is geworden dat er in Nederland maar heel weinig bureaus zijn die echt aan tuinarchitectuur
doen, terwijl er toch een hele grote doelgroep voor tuinontwerp bestaat. De tuin
is de laatste twintig jaar binnen de tuin- en landschapsarchitectuur toch steeds
het ondergeschoven kindje geweest. Veel tuin- en landschapsarchitecten die op
een grotere schaal bezig zijn vinden het maar 'kneuterig gedoe', dat kan door
dit jaar veranderen."
Proeftuinen van Mien Ruys
Ing. Anet Scholma, van Buro Mien Ruys Tuin- en Landschapsarchitekten in Amsterdam,
dat ook de esthetische supervisie heeft over de tuinen van de Stichting Proeftuinen
van Mien Ruys in Dedemsvaart, is eveneens blij met de aandacht die de NVTL dit
jaar aan het onderwerp tuin schenkt. Scholma: "Het is eigenlijk voor het
eerst dat er binnen de beroepsgroep wat meer aandacht is voor de tuinarchitectuur.
Die was wel heel mager tot nog toe. Door de mensen die op grotere schaalniveaus
bezig zijn wordt er nog steeds denigrerend over gedaan. Ook binnen de opleidingen
is er weinig aandacht voor tuinontwerp. Ik heb tijdens mijn hele opleiding één
tuin ontworpen en het vak beplantingsleer is bijvoorbeeld zowel in Wageningen
als in Velp nog steeds niet verplicht gesteld. Er bestaan wel allerlei computerprogramma's
met plantenlijsten erop die je kunt kopiëren maar dat werkt natuurlijk niet.
Er wordt nog te vaak gedacht dat op het moment dat je het grootschalige niveau
beheerst, je het kleinschalige niveau ook wel kunt hanteren. Door de beperking
in maten en verhoudingen waar we mee te maken hebben is het tuinontwerp juist
heel complex. In Nederland bestaat er nog steeds geen gericht lesprogramma dat
specifiek opleidt voor
tuinarchitectuur."
"Tuinieren is hipper dan ooit. Maar de meeste ontwerpen komen nog steeds
van de hovenier of ontwerpbureautjes die niet erkend zijn. Heel vaak mevrouwen
die een korte cursus hebben gevolgd om daarna sjieke tuinkamers met gekopieerde
standaardkunstjes aan hun klant aan te bieden. Ik vind dat vooral vermoeiende
tuinontwerpen die je niet moet verwarren met tuinarchitectuur. Een tuinarchitect
geeft toch meerwaarde door ruimtelijk inzicht te bieden en het maximale uit de
betreffende plek te halen in samenhang met huis en omgeving. Wij maken ontwerpen
op maat; we houden rekening met die ene specifieke klant en plek. Een goed ontwerp
valt ook niet op, maar moet vanzelfsprekend en eenvoudig zijn. De vorm, de ruimte
en de rust zouden erin centraal moeten staan. Onze tuinen hebben een logische,
heldere structuur die in contrast staat met een losse, natuurlijke beplanting.
Met heel simpele ingrepen kun je vaak een totaal ander ruimtelijk effect bereiken."
Scholma heeft niet het idee dat de bezoekers van de proeftuinen van Mien Ruys,
zo'n 25.000 per jaar, iets van de vormgeving van de tuinen opmerken. "Het
gros van de mensen kijkt naar plantjes, veel mensen komen er ook voor een dagje
uit. Slechts een kleine groep mensen kijkt ook naar sfeer en ordening. Ik geloof
niet dat een proeftuin de manier is om het vakgebied te profileren, maar daar
is deze proeftuin oorspronkelijk ook nooit voor opgezet. Wat tuinarchitectuur
precies inhoudt, kun je mensen voornamelijk duidelijk maken door ze daarover te
informeren. Ik doe dat door middel van lezingen , teksten of persoonlijke gesprekken.
Veel mensen tobben en worstelen toch met hun tuin, ik vind het heel leuk om ze
dan creatieve adviezen aan te kunnen bieden."
"Wat ik heel jammer vind is dat ik zo weinig contact heb met collega-tuinarchitecten.
Ik zou graag discussies met collega's willen hebben over het vakgebied. Ik wil
graag weten hoe zij over bepaalde onderwerpen denken. Dat contact ontstaat nu
eigelijk alleen tijdens de tuinenexcursies en de tuinenreis van de NVTL. Het is
misschien wel een idee om bij elkaar op tuinenreis te gaan."
Tuinarchitectuurpark Makeblijde
Ook ir. Thijs van Hees, eigenaar van bureau Van Hees Tuin- en Landschapsarchitectuur
in Gouda, zou graag een intensiever contact willen met vakgenoten. "Er zijn
veel mensen die op kleine bureautjes werken, die wel veel contacten hebben met
bijvoorbeeld architecten en hoveniers, maar niet met collega's. Ik zou willen
dat er meer gelegenheid zou zijn om op collegiale en informele wijze het vakgebied
en ons eigen en elkaars werk te bespreken. Ik mis ook gewoon een pragmatische
kennisuitwisseling; hoe lost iemand anders iets op, of hoe ga je in bepaalde situaties
om met de opdrachtgever."
Van Hees heeft zelf recent het tuinarchitectuurpark Makeblijde in Houten ontworpen
dat sinds 12 mei geopend is voor het publiek." Verspreid over het park Makeblijde
zijn er elf door tuin- en landschapsarchitecten ontworpen tuinen die laten zien
wat er op dit moment gebeurt in het vakgebied; het is een soort arboretum van
tuinen. Het park slaat een goede brug tussen het museum en Appeltern. Het is niet
elitair, maar wel eigentijds. Volgens mij is dit tuinarchitectuurpark een goede
manier om mensen te informeren over wat er met tuinarchitectuur allemaal mogelijk
is in een tuin, maar het zijn geen voorbeelden van hoe je je achtertuin ook zou
kunnen maken. Je kunt het dus niet vergelijken met de commerciële model-
of voorbeeldtuinen. Het is de bedoeling dat er in het park ook culturele activiteiten
georganiseerd worden die met andere kunstvormen te maken hebben; bijvoorbeeld
een concert."
"Ik vind voor wat betreft de profilering van het vak dat we wel de harde
cijfers moeten kennen; ik denk dat in meer dan zestig procent van de gevallen
de omgeving van gebouwen niet ontworpen is door een tuinarchitect. Ik meen ook
dat het gekissebis tussen hoveniers en ontwerpers maar eens
afgelopen moet zijn. Evenmin geloof ik dat we geholpen worden door al die laagdrempelige
televisieprogramma's over tuinen. We moeten gewoon laten zien wat de kwaliteit
van ons werk is en wat er allemaal kan, zoals dat in Makeblijde maar ook bijvoorbeeld
in Appeltern gebeurt. Er is een enorme behoefte aan kennis bij de tuinbezitter.
Iedereen kan overal alle soorten materialen halen, maar informatie over hoe je
die kunt gebruiken en hoe die materialen in een ontwerp ingepast kunnen worden,
daar heeft de tuinbezitter wat aan. Daarin zit ook het werk voor de tuin- en landschapsarchitecten
en -ontwerpers. Ik denk dat de NVTL dus met name het belang van het ontwerp moet
behartigen, maar ook onderscheid moet maken tussen puur commerciële ontwerpen
waar soms ook wat aardigs tussen zit en het ontwerp dat echt goed is. Ik vind
de titelbescherming die de NVTL momenteel hanteert een goede zaak die een bepaald
kwaliteitsniveau garandeert. Daarnaast denk ik dat je ook meer gewicht moet geven
aan de deskundigheid van een grote groep ontwerpers zoals bijvoorbeeld die uit
Velp, die de titelbescherming niet hebben. Misschien zou de NVTL voor de particuliere
markt een aparte tuinencommissie in het leven kunnen roepen. Ik denk dat het beter
is als er voor alle mogelijkheden binnen het vakgebied aparte subcommissies zouden
bestaan die duidelijk maken wat er zoal op de markt te vinden is. Dat is ook praktischer
als de NVTL een klant moet doorverwijzen naar een bureau."
"In Makeblijde heb ik door de samenwerking van de verschillende tuin-
en landschapsarchitecten ondervonden hoe belangrijk het is om goede contacten
te hebben. Het helpt enorm als je meer met elkaar overlegt en bespreekt. Door
dat soort gesprekken kom je ook je eigen sterke en minder sterke kanten tegen,
iets wat mensen over zichzelf en hun bureau op dit moment toch minder gemakkelijk
zeggen. Misschien is zo'n tuinarchitectuurpark wel de plaats voor tuinarchitecten
en -ontwerpers om dat contact in de toekomst te gaan intensiveren."
Cécile van der Heijden |