Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 1 • NUMMER 1

17 juni 1999

 
     
  Een interactief proces, een gesprek met ir. Michiel Veldkamp, landschapsarchitect  
     
   
   
 

Vormgeving in democratie

   
 

De rol van de landschapsarchitecten verandert onder invloed van het overheidsbeleid voor ruimtelijke ordening. Werkten de meeste landschapsarchitecten eerst nog vanuit hun ivoren toren, nu ontstaat er steeds meer een dialoog tussen de landschapsarchitect en de mensen die in een bepaalde regio wonen.

   
 
  

Ir. Michiel Veldkamp werkt als landschapsarchitect bij de Dienst Landelijk Gebied Noord-Holland in Haarlem. De Dienst Landelijk gebied, de voormalige Landinrichtingsdienst, is een gedecentraliseerd overheidsbedrijf met provinciale vestigingen. Opdrachtgevers zijn onder meer het rijk en de provincie. De medewerkers werken aan de verbetering van de landbouwkundige situatie in een gebied, natuurontwikkeling, recreatie en een mooi landschap. De dienst geeft verder adviezen voor het inpassen van autosnelwegen en ontwikkelt strategische groenprojecten in de randen van steden. Zelf werkt deze landschapsarchitect voornamelijk aan de landschappelijke vormgeving van autosnelwegen.

Op het ogenblik speelt er in het landelijk gebied heel veel. Veldkamp: "Het boek 'Hoe God verdween uit Jorwerd' heeft eigenlijk als eye-opener gefunctioneerd. Binnen het vakgebied was er steeds meer aandacht voor het bouwen in de steden. De NVTL realiseerde zich dat er maar weinig vernieuwende plannen waren in het landelijk gebied. Daarmee volgde de vereniging de conclusies van het 'Jaarboek Stedenbouw en Landschapsarchitectuur 95-97'. Er waren wel discussies over de natuurontwikkeling, maar het ging er dan over hoe je topnatuur kon aanleggen. Er is nu een omslag in het denken zichtbaar; er wordt wat meer nagedacht over hoe je de natuur in de leefomgeving van de mensen veel nadrukkelijker kunt maken. Dat houdt ook in dat je eerst wat minder topnatuur gaat maken. Daardoor kun je op de lange termijn bij mensen natuurontwikkeling veel meer geaccepteerd krijgen."
Veldkamp geeft als voorbeeld de 'Operatie Boomhut' van het ministerie van LNV. Deze operatie is een project om meer natuur in de leefomgeving van mensen te krijgen en waarbij zij zelf met voorstellen konden komen. Ook in de beleidsnota 'Vitaal Platteland' wordt deze benadering gevolgd. "Er is een trendbreuk te signaleren; vanuit het ministerie is er een heel ander idee gekomen over sturing van processen in het landelijk gebied. De overheid beseft steeds meer dat de samenleving niet maakbaar is en dat de bevolking veel assertiever geworden is als het om beleidsvoorstellen gaat die hun omgeving betreffen. De bedoeling is om nieuw beleid veel interactiever te maken; hoe kun je samen met de mensen die in een landelijk gebied wonen tot oplossingen komen."
Veldkamp: "Waar vroeger de overheid een beleid neerlegde van 'zo moet het', daar gaat die overheid nu verder in een soort gedifferentieerde invloed van de rijksoverheid. Daarin worden drie gebieden onderscheiden; ten eerste wil de overheid binnen de basiskwaliteitgebieden, waar ook de dagelijkse leefomgeving bijhoort, alleen nog een stimulerende rol gaan vervullen in de toekomst. Ten tweede onderscheidt de overheid veranderingsgebieden of ontwikkelingsprojecten. Hier is actief planmatig ingrijpen noodzakelijk bijvoorbeeld in de reconstructiegebieden voor de varkenshouderij en de snelwegen-corridors. Daarnaast wil de overheid een aantal nationale 'parels' gaan benoemen; gebieden die van internationaal belang zijn en een grote schoonheid hebben en die niet meer aangetast mogen worden."

Trendbreuken
Veldkamp constateert dat er drie trendbreuken te onderscheiden zijn die zich binnen het landelijk gebied afspelen en die in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening aandacht krijgen. "Ten eerste is er de rol van de landbouw. De rol van die landbouw in de Nederlandse economie loopt steeds meer terug. Deze sector zal zich daarom veel meer moeten aanpassen in de richting van plattelandsvernieuwing. Dat geldt met name voor de Randstad. De landbouw kan dan ook een andere rol of functie vervullen; bijvoorbeeld als aanbieder van rust, openheid, natuur of recreatie. De maatschappij moet hier als consument gewoon voor betalen."
Ten tweede is er een breuk waar te nemen in de relatie tussen stad en platteland. Veldkamp: "Ruimtelijk is er nog wel een onderscheid tussen stad en buitengebied, maar functioneel is dat verschil er al lang niet meer. De steden zullen steeds meer uitgroeien waardoor er een soort netwerk ontstaat. Het groen wordt steeds schaarser en belangrijker. Op een gegeven moment vindt er een omslag plaats; een aantal stukken groen worden omsloten door de steden. Dat worden eigenlijk de parken van de toekomst. Ze krijgen een grote waarde als recreatie- of natuurgebied. Daarin liggen de potenties van zo'n gebied."
Een derde breuk is er waar te nemen in de manier waarop er nagedacht wordt over natuur, milieu en water. Volgens Veldkamp is er een verschuiving waar te nemen van emissiebeleid naar voorraadbeheer. "Werd er vroeger gedacht dat water zo snel mogelijk met allerlei harde technische oplossingen afgevoerd moest worden, nu wordt er eerder meegedacht met de natuurlijke omstandigheden. Er ontstaan vriendelijke oplossingen, een soort meebewegen met het water."

Dialoog
Volgens Veldkamp wordt er steeds meer samen met de bevolking gekeken hoe deze beleidsdoelstellingen gerealiseerd kunnen worden. "Het is duidelijk dat er veranderingen moeten plaats vinden. Als overheid probeer je dat zo goed mogelijk te begeleiden, dat doe je dan ook in samenwerking met de bevolking."
Veldkamp ziet de rol van de landschapsarchitect dan ook veranderen onder invloed van het overheidsbeleid: "In het verleden hadden sommige landschapsarchitecten de neiging om vanuit het vakgebied hun eigen ideologie en schoonheid van het vak na te streven. Het overheidsbeleid is nu meer gericht op een democratisch proces; wat willen de mensen. Landschapsarchitecten krijgen dan de taak om ontwikkelingen te signaleren die in een bepaalde streek of regio spelen en verschillende oplossingsrichtingen inzichtelijk te maken. Je kunt je als landschapsarchitect ook voeden met de beelden die er bij de bevolking leven en de wensen van de mensen die in een streek wonen in je ontwerp integreren, in plaats van te werken vanuit die ivoren toren."
Aan de andere kant is er ook een stroming onder de landschapsarchitecten waar te nemen die een soort tegenbeweging vormt. Een beweging die zich veel meer richt op een heel explicitiete vormgeving en het ontwikkelen van een eigen grensverleggend idee. Veldkamp: "Het is natuurlijk heel spannend om te zien waar je een uitgesproken nieuwe vormgeving introduceert en waar je een meer democratische vormgeving nastreeft. Ik denk dat het voor een deel wel samen kan gaan. Je moet toch op een bepaalde manier vernieuwend bezig zijn, maar je moet ook rekening houden met het democratisch proces zonder tot platte ontwerpen te komen. Ik geloof dat het ene gebied zich meer leent voor een mensgerichte ontwerpbenadering, maar er zijn ook gebieden, bijvoorbeeld een meer moderne en dynamische omgeving zoals de Haarlemmermeer, waar je dus voor wat betreft de vormgeving veel meer vernieuwend bezig kunt zijn."

"Wat voor mij maakt dat een landschap schoonheid heeft? Ik vind rust en ruimte in een landschap heel belangrijk; om je heen kunnen kijken. Het IJsselmeer vind ik het mooiste gebied van Nederland. Het leuke daarvan vind ik dat je al die verschillende horizonten ziet, zeker als je in het zuidelijke gebied bent van het IJsselmeer; aan de ene kant zie je de contouren van Amsterdam met de Rembrandt-toren, je ziet de nieuwe polders maar ook de oude onderdelen van de vestingwerken van Fort Pampus."

Cécile van der Heijden

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts