| |
Ir. Michiel Veldkamp werkt als landschapsarchitect
bij de Dienst Landelijk Gebied Noord-Holland in Haarlem.
De Dienst Landelijk gebied, de voormalige Landinrichtingsdienst,
is een gedecentraliseerd overheidsbedrijf met provinciale
vestigingen. Opdrachtgevers zijn onder meer het rijk
en de provincie. De medewerkers werken aan de verbetering
van de landbouwkundige situatie in een gebied, natuurontwikkeling,
recreatie en een mooi landschap. De dienst geeft verder
adviezen voor het inpassen van autosnelwegen en ontwikkelt
strategische groenprojecten in de randen van steden.
Zelf werkt deze landschapsarchitect voornamelijk aan
de landschappelijke vormgeving van autosnelwegen.
Op het ogenblik speelt er in het landelijk gebied heel
veel. Veldkamp: "Het boek 'Hoe God verdween uit Jorwerd'
heeft eigenlijk als eye-opener gefunctioneerd. Binnen
het vakgebied was er steeds meer aandacht voor het bouwen
in de steden. De NVTL realiseerde zich dat er maar weinig
vernieuwende plannen waren in het landelijk gebied.
Daarmee volgde de vereniging de conclusies van het 'Jaarboek
Stedenbouw en Landschapsarchitectuur 95-97'. Er waren
wel discussies over de natuurontwikkeling, maar het
ging er dan over hoe je topnatuur kon aanleggen. Er
is nu een omslag in het denken zichtbaar; er wordt wat
meer nagedacht over hoe je de natuur in de leefomgeving
van de mensen veel nadrukkelijker kunt maken. Dat houdt
ook in dat je eerst wat minder topnatuur gaat maken.
Daardoor kun je op de lange termijn bij mensen natuurontwikkeling
veel meer geaccepteerd krijgen."
Veldkamp geeft als voorbeeld de 'Operatie Boomhut' van
het ministerie van LNV. Deze operatie is een project
om meer natuur in de leefomgeving van mensen te krijgen
en waarbij zij zelf met voorstellen konden komen. Ook
in de beleidsnota 'Vitaal Platteland' wordt deze benadering
gevolgd. "Er is een trendbreuk te signaleren; vanuit
het ministerie is er een heel ander idee gekomen over
sturing van processen in het landelijk gebied. De overheid
beseft steeds meer dat de samenleving niet maakbaar
is en dat de bevolking veel assertiever geworden is
als het om beleidsvoorstellen gaat die hun omgeving
betreffen. De bedoeling is om nieuw beleid veel interactiever
te maken; hoe kun je samen met de mensen die in een
landelijk gebied wonen tot oplossingen komen."
Veldkamp: "Waar vroeger de overheid een beleid neerlegde
van 'zo moet het', daar gaat die overheid nu verder
in een soort gedifferentieerde invloed van de rijksoverheid.
Daarin worden drie gebieden onderscheiden; ten eerste
wil de overheid binnen de basiskwaliteitgebieden, waar
ook de dagelijkse leefomgeving bijhoort, alleen nog
een stimulerende rol gaan vervullen in de toekomst.
Ten tweede onderscheidt de overheid veranderingsgebieden
of ontwikkelingsprojecten. Hier is actief planmatig
ingrijpen noodzakelijk bijvoorbeeld in de reconstructiegebieden
voor de varkenshouderij en de snelwegen-corridors. Daarnaast
wil de overheid een aantal nationale 'parels' gaan benoemen;
gebieden die van internationaal belang zijn en een grote
schoonheid hebben en die niet meer aangetast mogen worden."
Trendbreuken
Veldkamp constateert dat er drie trendbreuken te onderscheiden
zijn die zich binnen het landelijk gebied afspelen en
die in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening aandacht
krijgen. "Ten eerste is er de rol van de landbouw. De
rol van die landbouw in de Nederlandse economie loopt
steeds meer terug. Deze sector zal zich daarom veel
meer moeten aanpassen in de richting van plattelandsvernieuwing.
Dat geldt met name voor de Randstad. De landbouw kan
dan ook een andere rol of functie vervullen; bijvoorbeeld
als aanbieder van rust, openheid, natuur of recreatie.
De maatschappij moet hier als consument gewoon voor
betalen."
Ten tweede is er een breuk waar te nemen in de relatie
tussen stad en platteland. Veldkamp: "Ruimtelijk is
er nog wel een onderscheid tussen stad en buitengebied,
maar functioneel is dat verschil er al lang niet meer.
De steden zullen steeds meer uitgroeien waardoor er
een soort netwerk ontstaat. Het groen wordt steeds schaarser
en belangrijker. Op een gegeven moment vindt er een
omslag plaats; een aantal stukken groen worden omsloten
door de steden. Dat worden eigenlijk de parken van de
toekomst. Ze krijgen een grote waarde als recreatie-
of natuurgebied. Daarin liggen de potenties van zo'n
gebied."
Een derde breuk is er waar te nemen in de manier waarop
er nagedacht wordt over natuur, milieu en water. Volgens
Veldkamp is er een verschuiving waar te nemen van emissiebeleid
naar voorraadbeheer. "Werd er vroeger gedacht dat water
zo snel mogelijk met allerlei harde technische oplossingen
afgevoerd moest worden, nu wordt er eerder meegedacht
met de natuurlijke omstandigheden. Er ontstaan vriendelijke
oplossingen, een soort meebewegen met het water."
Dialoog
Volgens Veldkamp wordt er steeds meer samen met de bevolking
gekeken hoe deze beleidsdoelstellingen gerealiseerd
kunnen worden. "Het is duidelijk dat er veranderingen
moeten plaats vinden. Als overheid probeer je dat zo
goed mogelijk te begeleiden, dat doe je dan ook in samenwerking
met de bevolking."
Veldkamp ziet de rol van de landschapsarchitect dan
ook veranderen onder invloed van het overheidsbeleid:
"In het verleden hadden sommige landschapsarchitecten
de neiging om vanuit het vakgebied hun eigen ideologie
en schoonheid van het vak na te streven. Het overheidsbeleid
is nu meer gericht op een democratisch proces; wat willen
de mensen. Landschapsarchitecten krijgen dan de taak
om ontwikkelingen te signaleren die in een bepaalde
streek of regio spelen en verschillende oplossingsrichtingen
inzichtelijk te maken. Je kunt je als landschapsarchitect
ook voeden met de beelden die er bij de bevolking leven
en de wensen van de mensen die in een streek wonen in
je ontwerp integreren, in plaats van te werken vanuit
die ivoren toren."
Aan de andere kant is er ook een stroming onder de landschapsarchitecten
waar te nemen die een soort tegenbeweging vormt. Een
beweging die zich veel meer richt op een heel explicitiete
vormgeving en het ontwikkelen van een eigen grensverleggend
idee. Veldkamp: "Het is natuurlijk heel spannend om
te zien waar je een uitgesproken nieuwe vormgeving introduceert
en waar je een meer democratische vormgeving nastreeft.
Ik denk dat het voor een deel wel samen kan gaan. Je
moet toch op een bepaalde manier vernieuwend bezig zijn,
maar je moet ook rekening houden met het democratisch
proces zonder tot platte ontwerpen te komen. Ik geloof
dat het ene gebied zich meer leent voor een mensgerichte
ontwerpbenadering, maar er zijn ook gebieden, bijvoorbeeld
een meer moderne en dynamische omgeving zoals de Haarlemmermeer,
waar je dus voor wat betreft de vormgeving veel meer
vernieuwend bezig kunt zijn."
"Wat voor mij maakt dat een landschap schoonheid heeft?
Ik vind rust en ruimte in een landschap heel belangrijk;
om je heen kunnen kijken. Het IJsselmeer vind ik het
mooiste gebied van Nederland. Het leuke daarvan vind
ik dat je al die verschillende horizonten ziet, zeker
als je in het zuidelijke gebied bent van het IJsselmeer;
aan de ene kant zie je de contouren van Amsterdam met
de Rembrandt-toren, je ziet de nieuwe polders maar ook
de oude onderdelen van de vestingwerken van Fort Pampus."
Cécile van der Heijden |