| |
Dat zegt drs. ing. Geert Timmermans. Timmermans is
opgeleid als landschapsontwerper en fysisch geograaf
en werkt al elf jaar bij Holland Railconsult in Utrecht.
Holland Railconsult was tot negen jaar geleden nog een
onderdeel van de Nederlands Spoorwegen, maar is sindsdien
een zelfstandig adviesbureau dat zich bezig houdt met
de inpassing en vormgeving van spoor- en snelwegen.
Er werken 1600 mensen uit verschillende disciplines.
"Het is onze kracht dat we alles onder een dak
hebben, van inpassing tot techniek en van veiligheid
tot bouwen. Dat maakt ons tot een krachtig en sterk
bureau," zegt Timmermans. Holland Railconsult werkt
onder meer aan de HSL-Zuid en -Oost, verschillende spoorverdubbelingen
en de Betuweroute. Zelf houdt hij zich bezig met de
HSL-Oost en de spoorverdubbeling tussen Amsterdam en
Utrecht.
Verarming
Timmermans meent dat het spoorlandschap, het landschap
dat je vanuit de trein ziet, een bedreigd landschap
aan het worden is. Ten eerste doordat in het kader van
de wet op de Geluidshinder er steeds meer geluidsschermen
langs de spoorbaan komen die het zicht beperken van
de reiziger op de omgeving.
Verder voert Timmermans aan dat er een verarming van
het Nederlands landschap ontstaat doordat de zone langs
het spoor als zichtlokatie wordt beschouwd en daardoor
wordt volgebouwd met allerlei kantoren en bedrijfsterreinen
die hij van een bedroevende kwaliteit vindt. Timmermans:
"Door de grote concurrentie tussen de gemeenten onderling,
neigen ze ertoe steeds goedkoper en sneller te bouwen,
zo wil de ene gemeente de andere gemeente steeds voor
blijven. Er ontbreekt een gemeenschappelijke visie op
wat ze op een bepaald traject willen, waardoor er een
ratjetoe verschijnt aan allerlei initiatieven en experimenten;
er onstaat een soort lelijke lintbebouwing langs het
spoor."
"Onze opdracht gaat vaak niet verder dan de spoorverbreding,
het gaat dan om een inpassingsvraagstuk. De zone naast
die dertig of veertig meter, valt erbuiten. Waar ik
voor pleit is om de opdracht veel integraler te laten
worden. De verdubbeling van het spoor kan dan de aanleiding
zijn om eens na te denken over de inrichting van de
totale spoorzone tussen de ene en de andere stad. De
Spoorwet behelst nu alleen onteigening vanwege spoortechnische
redenen, maar niet vanwege landschappelijke en ecologische
redenen."
Timmermans pleit voor een breder planologisch kader
en aanpassing van de wettelijke middelen. "Dat is natuurlijk
een zeer langdurig proces, maar daardoor zou je ook
allerlei losse projecten meer tot eenheid kunnen brengen.
Ik zou willen dat als je gaat starten, je de opdracht
dus veel ruimer formuleert dan enkel die spoorverdubbelingen
of een weguitbreiding; infrastructuur als trekker voor
een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Ik pleit ervoor
om de grote infrastructele projecten, de spoorwegen
en de wegen, als 'de nieuwe landinrichtingsprojecten'
te gaan zien en ze aan te vullen met opgaven als natuurontwikkeling,
recreatie, wonen, landbouw, groen- en waterontwikkeling.
Al vanaf het beginpunt zou je dus eigenlijk de opdracht
veel breder moeten zien dan strikt noodzakelijk is."
"Ik wil gewoon een beter resultaat. Kansen genoeg. Ik
vind het eeuwig zonde als er niet breder gedacht gaat
worden. Die spoorverdubbelingen liggen er immers weer
voor lange tijd." Timmermans meent dat de economische
en politieke redenen dominant zijn op dit moment en
belemmerende factoren zijn voor meer aandacht voor het
ruimtelijk vraagstuk.
Middel
Timmermans vindt het ook erg jammer dat er steeds vaker
gekozen wordt voor de oplossing om infrastructuur onder
de grond te stoppen, zoals het spoor voor de HSL in
het Groene Hart. "Ik denk juist dat de infrastructuur
een middel kan zijn om mensen na te laten denken over
het Groene Hart. Bovengrondse infrastructuur geeft de
mensen juist een kans om het Groene Hart te beleven,
en kan ze zelfs aanzetten om voor de bescherming van
dat Groene Hart op te komen. Ik denk bijvoorbeeld dat
het bestaan van het spoor door het Naardermeer, tussen
Hilversum en Weesp, juist leidt tot een grotere betrokkenheid
van mensen bij dat gebied. Als je alles onder de grond
stopt dan snijd je ook de verbondenheid van mensen met
het landschap en zijn omgeving weg. Als je Rotterdam
tegenwoordig per trein binnenkomt, gebeurt dat in een
tunnel. Je hebt geen beeld meer van de stad, je ziet
alleen een bordje waarop staat waar je bent, waardoor
de stad anoniem blijft."
Timmermans spreekt zijn zorg, zijn betrokkenheid met
het landschap uit in zijn lezing. "Het feit dat
je consultant bent, wil niet zeggen dat je geen idealen
mag hebben. Natuurlijk heb ik die, net zoals alle landschapsarchitecten.
Daar wordt ook binnen de vakgroep wel gelijk over gedacht;
we lopen tegen dezelfde problemen op, tegen dezelfde
wetgeving en het opportunistisch gedrag van bestuurders.
Je zou van een overheid mogen verwachten dat ze wat
meer visie en inzicht tentoon spreidt die ook verder
reikt dan gemeentengrenzen of de duur van een benoeming.
Ik zou het graag als één opgave zien."
"Ja, misschien mag je wel zeggen dat ik Nederland ook
mooier wil maken. Ik wil niet over dertig jaar hoeven
zeggen dat we het verkwanseld hebben, dat we het landschap
uit het oog verloren hebben. Mensen moeten zich kunnen
blijven verwonderen, blijven genieten en dingen zien."
"Het mooiste plekje van Nederland dat ik ken? Dat is
bij Oud-Valkenveen. De overgang van natuur en cultuur;
aan de ene kant het bos dat in het IJsselmeer doorloopt
en aan de andere kant de oude IJsselmeerdijk. Als er
dan nog van die mooie witte stapelwolken boven hangen,
met een briesje dat de golven een beetje doet opwaaien.
Dat vind ik wel een mooie plek", verzucht Timmermans.
Cécile van der Heijden |