| |
| |
 |
Dat meent ir. Dirk Sijmons. Sijmons is architect, maar
heeft zoals hij zegt zichzelf met een dikke groene saus
overgoten en is landschapsarchitect geworden. Sijmons
was mede-oprichter van het landschapsarchitectenbureau
H+N+S in Utrecht, waarvan hij nu directeur is. H+N+S
is een mono-disciplinair bureau; een bureau met alleen
landschapsarchitecten in dienst. Zij verrichten werk
door het hele land op verschillende schaalniveaus. Op
landelijk niveau geven ze bijvoorbeeld adviezen aan
de Rijks Planologische Dienst. Vaker werken ze regionaal.
provincies, gemeenten, waterschappen of particulieren
zijn dan hun opdrachtgevers. De medewerkers van H+N+S
hebben mede vorm gegeven aan de dijkversterkingen langs
de grote rivieren, de drie oprichters van het bureau
waren leden van het planteam dat het Plan Ooievaar voor
de uiterwaarden bedacht heeft. Sijmons zegt met name
erg trots te zijn op het plan dat ze maakten voor de
Architectuur Internationale Rotterdam voor de Hoekse
Waard.
Sijmons "De vraag hierbij was hoe je nou zo'n gebied
positioneert in het spanningsveld tussen Rotterdam en
Antwerpen, een gebied met veel transport en pijpleidingen.
We hebben de stelling geponeerd dat je het ruimtelijk
gezien niet in de hand zult houden als je een economisch
hogedrukgebied combineert met een agrarisch lagedrukgebied.
We hebben daar de motivatie uit gehaald om ons sterk
te richten op de ontwikkeling van de landbouw. Het is
voor het eerst sinds lange tijd dat er voor de landbouw
een ruimtelijk plan gemaakt is. Landbouw deed nog wel
mee als leverancier van overtollige landbouwgrond, maar
een positief verhaal over wat voor ingrepen er nodig
zouden zijn om een koers naar de toekomst uit te zetten
was zeldzaam."
"We hebben geprobeerd om het ruimtelijk mogelijk
te maken dat boeren verschillende strategieën kunnen
gaan volgen;naast het laagwaterstelsel dat er ligt willen
we een hoogwaterstelsel maken. Boeren krijgen daarmee
de vrijheid en flexibiliteit om verschillende manieren
van bedrijfsvoering uit te kunnen voeren. We hebben
dat voorzien van een ruimtelijk plaatje."
Schaamte
Sijmons heeft zijn ideeën over vormgeving van het
landschap samen met andere landschapsarchitecten uitgewerkt
in het boek '= landschap'. In een twaalftal essays proberen
de schrijvers de mensen van buiten de discipline het
plezier in de maakbaarheid van onze topografie weer
terug te laten vinden. Sijmons constateert dat we eindelijk
een beetje uit een cultuurpessimistische periode aan
het krabbelen zijn. "Het landschap moest voor de
dynamische stedelingen een soort onveranderlijk decor
zijn en blijven; de ingrepen in het landschap werden
alleen maar als achteruitgang gezien ten opzichte van
de arcadische situatie. Alle ingrepen werden uitgevoerd
met een soort schaamte; de HSL die dan maar onder de
grond gestopt moet worden of gebouwen die achter groensingels
verdwijnen. Ik geloof dat uit schaamte nooit iets moois
of goeds kan voortkomen."
Volgens Sijmons krijgen we er enorme spijt van dat we
in Nederland vanuit deze beschaamde houding met het
landschap omgaan. In zijn boek wil hij aantonen dat
je met de liefdevolle Het gaat dan om nadenken over
nieuwe manieren van zeewering tot stedebouw en vuilnisbelten
toe.
Sijmons meent dat het hierbij gaat om opgaves waarin
ontwerpers wel degelijk hun stem en inzichten zouden
kunnen laten gelden. "Maar in veel gevallen worden
er helemaal geen ontwerpers bij ingeschakeld, en blijft
het een zuiver technische of ecologische aangelegenheid."
Het probleem is er volgens Sijmons in gelegen dat veel
opgaves waar ons landschap mee verandert door de overheid
niet als culturele opgaves gezien worden.
"Bij de plannen voor de uitvoering van de EHS (de Ecologische
Hoofdstructuur) worden voornamelijk ecologen betrokken.
Dat demonstreert dat de overheid het ziet als een technische
opgave, alsof er geen culturele of vormgevingsvragen
aan de orde zijn, en die zijn er natuurlijk heel nadrukkelijk
wel. In het boek 'Oorden van onthouding' hebben we een
groot aantal mogelijkheden geschetst om het programma
van de EHS met een culturele component te verrijken;
je kunt er een ontwerpopgave in zien. Datzelfde gaat
op voor onder meer de wegen, spoorlijnen en de kustverdediging.
Heel veel opgaves moeten door de overheid nog ontdekt
worden als ontwerpopgaves."
"Ik ben er blij mee dat we bijvoorbeeld ook een
heel andere kijk op de dijkverzwaring hebben gegeven.
Die rivierdijk verzwaren hoeft helemaal niet zo lomp
meer als een jaar of tien geleden. Wel denk ik dat te
veel compromisbereidheid, en te veel rekening houden
met allerlei belangen tot rampen kan leiden. Je mag
al die belangen niet als enige ingang tot het ontwerp
gebruiken, dat leidt volgens mij tot niets. Ik vind
dat je je primair moet richten op de vormgevende taak
die je hebt als landschapsarchitect. Het nieuwe element
dat je toevoegt aan het landschap moet van topkwaliteit
zijn. Over honderd jaar moet het een bepaalde leesbaarheid
hebben en op een vanzelfsprekende manier harmoniëren
met de omgeving. Je mag een tracé volgens mij
niet zo maken dat je aan de ene kant een aardige boerderij
spaart en aan de andere kant een belangrijke strang.
Dat levert ruimtelijke gedrochten op."Volgens Sijmons
heeft deze visie alles met een cultureel zelfbewustzijn
te maken. "Als je trots bent op iets dat je maakt,
en kunt zeggen dat iets goed of mooi is, dan straalt
dat er ook van af. Maar op het moment dat het schuldbewust
op voorhand compromissen zoekend is, dan wordt het nooit
iets." Het lijkt Sijmons een aardig idee als het
architectuurvirus, de toenemende belangstelling van
mensen voor architectuur, zich uit zou breiden naar
het schaalniveau van de landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen.
"De vakdiscussie is bij de landschapsarchitecten
nog niet zo volgroeid en volwassen als bij de architecten.
De discussie onderling begint de laatste jaren pas een
beetje op gang te komen door het ontstaan van het vaktijdschrift
'De Blauwe Kamer' en daarnaast een jaarboek voor landschapsarchitecten
en stedenbouwkundigen waarin ontwerpen gedocumenteerd
worden. Als dat niet zo zou zijn, zouden collega's je
werk misschien niet eens kennen." Sijmons hoopt
dat het congres het begin van een discussie kan betekenen
over de betekenis van het landschap, niet alleen onder
landschapsarchitecten, maar ook voor de mensen daarbuiten.
"Wat ik het mooiste stukje Nederland vind? De aanwaspolders
in Noord-Friesland en Noord-Groningen, het is een soort
landschap met iedere keer aan de horizon een dijk, met
van die hele grote boerderijen, die daar als een soort
gestrande walvissen in het landschap liggen en de erfbeplanting
als enige bomen in het landschap. Het is een schitterend
landschap, dat, als je heel goed kijkt, ook allerlei
genuanceerde hoogteverschillen heeft. Deze schoonheid
gevoegd bij het licht waaraan je ook meteen kunt zien
dat je heel dichtbij de zee bent. Dat is voor mij wel
het mooiste Nederlandse landschap, maar ik vind het
moeilijk kiezen, eerlijk gezegd."
Cécile van der Heijden |