| |
Ir. Harm Post is directeur van en adviseur bij Bureau
Van Droffelaar in Arnhem, een stedenbouwkundig bureau.
De medewerkers verzorgen alle vormen van advisering
op het gebied van ruimtelijke ordening. Zij werken veel
voor gemeenten in de provincie Gelderland, zowel aan
stedenbouwkundige plannen van verschillende plaatsen
als aan bestemmingsplannen in het buitengebied. Ze functioneren
voor veel gemeenten als huisadviseur. Daarnaast geven
ze milieu-adviezen aan bedrijven.
Op het congres spreekt hij namens de vier initiatiefnemers
van een werkgroep die gelieerd is aan de Stichting Lijn
in Landschap, een stichting die tijdschriften en boeken
over landschapsarchitectuur en stedenbouw uitgeeft.
De andere leden van de werkgroep zijn Gijs van den Boomen
(bureau Wissing), Wiebe Oosterhoff (bureau H+N+S) en
Harry Harsema (hoofdredacteur van De Blauwe Kamer).
De werkgroep is een particulier initiatief, de leden
buigen zich over de problemen die binnen het vakgebied
spelen.
Vervlakking
De werkgroep heeft zich bezig gehouden met de regionale
differentiatie; de kenmerkende verschillen tussen de
landelijke gebieden van de in Nederland te onderscheiden
regio's. Post: "Nederland is betrekkelijk gedifferentieerd.
Maar de ontwikkeling die gaande is, of dat nou landbouwontwikkeling
is, of economische of infrastructurele ontwikkeling
leidt tot vervlakking van het landschap. Het landschap
wordt steeds eentoniger en eenduidiger waardoor de identiteit
van de verschillende gebieden verloren raakt. Ondanks
het feit dat eigenlijk iedereen regionale differentiatie
belangrijk acht, wordt het begrip toch door niemand
verdedigd."
De werkgroep laat daarom onderzoek verrichten door het
Staringcentrum, het voormalig onderzoeksinstituut van
het Ministerie van LNV dat sinds kort verzelfstandigd
is, naar de manier waarop de begrippen regionale differentiatie
en de identiteit van de verschillende gebieden momenteel
vastliggen in plannen. Post: "Daar is veel onduidelijkheid
over. Met dat onderzoek hebben we geprobeerd te achterhalen
wie er nu eigenlijk mee bezig is, hoe het vastgelegd
is in de verschillende plannen, en wie er zich verantwoordelijk
voor voelt; wie wil het werkelijk bewaren en behouden?"
Uit dat onderzoek blijkt dat niemand exact weet wat
het begrip regionale differentiatie nu precies inhoudt
of omvat. Post: "Het blijkt dat het al een groot
probleem is om dat begrip goed te definiëren of
vast te leggen in plannen. Verder is gebleken dat het
begrip zowel op rijksniveau als provinciaal en gemeentelijk
niveau verschillend vastligt, waardoor de beleidsvormen
niet op elkaar aansluiten. Een derde probleem is dat
de handhaving van het idee over regionale differentiatie
slechts in geringe mate geschiedt. Er wordt onvoldoende
capaciteit vrijgemaakt om de handhaving van de plannen
voor regionale differentiatie uit te voeren." Volgens
Post leiden deze problemen tot een verdamping van het
begrip, waardoor je er niets meer mee kunt.
Post: "We vinden allemaal dat het belangrijk is dat
het landschap mooi blijft, identiteit blijft behouden
en onderlinge verschillen blijft vertonen. Maar er blijkt
geen goede structuur te zijn om daar ook werkelijk mee
om te gaan. De plannen leiden ertoe dat het landschap
steeds homogener wordt, dat gaat ten koste van de kwaliteit
die we zouden willen hebben. We zijn met het onderzoek
nu aangeland in de probleemstellende fase, het is de
bedoeling dat er nog meer onderzoeken gaan volgen, zodat
we naar een oplossing toe kunnen werken."
Versterking
Post wil in het Nederlandse landelijk gebied graag toe
naar het vinden van nieuwe concepten om het landschap
te versterken. Post: "Het lijkt me positief om nieuwe
ontwikkelingen te stimuleren die zowel het draagvlak
van een landelijk gebied versterken als de landschappelijke
kwaliteit. Ik denk dan bijvoorbeeld aan 'De Nieuwe Landgoederen';
er komt landbouwgebied vrij, als je daar de nieuwe ontwikkeling
van een landgoed inzet, bijvoorbeeld een woonhuis met
parkomgeving die geschikt is voor recreatie, dan heb
je heel veel winst geboekt. Je hebt dan een landelijk
gebied dat op zijn retour is, omdat er te weinig economische
middelen zijn om het te onderhouden, in een positieve
spiraal weer omhoog getrokken. Er zijn dus best mogelijkheden
denkbaar."
Post: "Een landschap raakt in verval door onbenullige
ingrepen; ongebreidelde verstedelijking die niets meer
doet dan een landschap consumeren of wegen die je op
de verkeerde momenten dwars door het landschap heen
ziet steken. Ik vind het erg als je de vervlakking ziet;
als je alle nuances of kleine landschapselementen ziet
verdwijnen door vergroving van een schaal. Een landschap
moet vitaal zijn, je moet zien dat er zorg aan besteed
wordt, je moet er goed in kunnen leven. Een toekomstperspectief
hebben is ook heel belangrijk voor een landschap; over
jaren moet het nog mooi zijn."
"Mijn hele werk is erop gericht om te zoeken naar de
kwaliteit van het landschap en die dan ook te bewaren.
Ik vind dat je aan je vak verplicht bent om je verantwoordelijk
voor het landschap te voelen en daar ook een duidelijke
mening over te hebben. Ik voel me ook verwant en gehecht
aan het landschap, daar komt mijn zorg vandaan om nu
bijvoorbeeld het thema van de regionale differentiatie
mee op te pakken en daar onderzoek naar te laten verrichten."
"Het mooiste stukje Nederland? De Veluwegrens, de overgang
van de Veluwe naar de IJssel. Dat is een prachtig gebied.
Je hebt daar een rivierenlandschap dat een overgang
maakt naar het Veluwemassief, een bosgebied. Het contrast
tussen die gebieden, dat maakt het heel indrukwekkend."
Cécile van der Heijden |