Een niveau terug
 

HET LANDELIJK DAGBLAD • JAARGANG 1 • NUMMER 1

17 juni 1999

 
     
  Contracten met de overheid, een gesprek met Jan de Groot, vice voorzitter LTO Nederland  
     
   
   
 

Meegenieten van het platteland

   
 

De boeren zijn wel degelijk bereid om hun medewerking te verlenen en bij te dragen aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Dat gebeurt momenteel al doordat ze contracten met de overheid afsluiten die het natuur- en landschapsbeheer betreffen.

   
 
  

Maar, zegt Jan de Groot, het mag niet gebeuren dat het bedrijfs-economische belang van de agrariërs uit het oog verloren raakt. Jan de Groot is voorzitter van de WLTO (de Westelijke Land-en Tuinbouworganisatie) en tevens vice-voorzitter van de LTO (de Land en Tuinbouworganisatie Nederland). Op het congres spreekt hij namens de LTO. De LTO is de landelijke koepelorganisatie van verschillende regionale land- en tuinbouworganisaties. De medewerkers behartigen de belangen van boeren en tuinders. "Ik ben eigenlijk vergaderboer", zegt de Groot lachend. "Ik ben continu bezig ben met zaken die de regelgeving betreffen." De Groot is daardoor steeds in gesprek met de ministeries, andere overheden en natuurlijk met de leden die geïnformeerd worden over vernieuwingen. De boodschappen die hij op de boerenbijeenkomsten ontvangt neemt hij weer mee naar de overlegstructuren. Hij is tot 1995 melkveehouder geweest in de Alblasserwaard.

Schaarste
De Groot: "Wij, als agrarische sector, willen en kunnen een verantwoordelijkheid nemen en een praktische invulling geven aan het behoud en beheer van het landschap in Nederland. We zijn wel degelijk vernieuwend bezig en gaan dus deels ook een andere rol spelen in het Nederlandse landschap."
De boeren beheren momenteel 65 procent van het platteland in Nederland voor de productie van agrarische producten. De Groot: "We zien dat in Nederland schaarste aan grond is. Er is een grote behoefte aan meer natuur; de agrarische sector heeft behoefte aan extra grond vanwege de milieubelasting en de infrastructuur en woningbouw breiden zich ook steeds meer uit. Met zijn allen creëren we een steeds grotere behoefte aan grond."
De Groot zegt toch graag de hoeveelheid en kwaliteit aan landbouwproducten te blijven leveren. "De Nederlandse agrarische export levert alleen al 70 miljard gulden op, dat is veel voor zo'n klein landje. Tegelijkertijd zie je vanuit de consument de behoefte om mee te kunnen genieten van de extra waarden van het platteland; de rust, de ruimte, de stilte en de aankleding. In het verleden hebben we ons volledig geconcentreerd op productielandbouw en alles dat ons daarbij in de weg stond opzij gezet. We realiseren ons nu dat we, willen we onze positie behouden bij de verdeling van de ruimte in Nederland, onze nek uit moeten steken en verantwoordelijkheid moeten nemen binnen onze bedrijfsvoering voor natuur en milieu-vriendelijke, maar ook landschapsvriendelijke productie."
De LTO richt zich nu daarom sterk op het ontwikkelen van een beleid om binnen de agrarische sector de landschaps- en natuurwaarden in stand te houden en te versterken. De Groot: "Er ontstaan nieuwe organisaties onder boeren die zich heel nadrukkelijk bezig houden met het leveren van een substantiële bijdrage aan de versterking van de landschappelijke waarden van het platteland. Zij spelen ook in op toenemende behoeftes van de consument zoals recreatie. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld door het aanleggen van wandel- en fietspaden dwars door het boerenland heen. We proberen dus de moderne mogelijkheden van de producerende boer te combineren met de rol van aanbieder van landschapswaarden; de koeien in de wei, de beelden die mensen van landschap doen genieten. "

Contracten
Volgens de Groot bestond er onder de boeren aanvankelijk veel scepsis om die nieuwe rol op te pakken. "Nu zien we een omslag, er onstaan overal in het land milieu-coöperaties en verenigingen van agrarisch natuurbeheer. Als ik alleen al naar het westen van het land kijk zie ik dat daar de afgelopen drie jaar dertig van deze agrarische natuurverenigingen ontstaan zijn met bij elkaar zo'n drieduizend leden. Die boeren sluiten contracten af met de overheid die het natuurbeheer betreffen. Het gaat dan bijvoorbeeld om weidevogel- of slootkantbeheer die de landschappelijke kwaliteit van de omgeving moet versterken. Bij het slootkantbeheer mag de boer bijvoorbeeld niet bemesten en moet hij er voor zorgen dat er geen bestrijdingsmiddelen in de slootkant terecht komen, zodat de fauna en de flora van de oever weer herstelt en versterkt. Daar zie je na drie jaar al hele mooie resultaten van."
In het westen, met name in het Groene Hart, is er dit jaar alleen al voor zo'n twintigduizend hectare contracten afgesloten. De Groot: "We vinden wel dat daar natuurlijk een vergoeding tegenover moet staan, zodat het ook gestimuleerd wordt en de boer er voor wat betreft zijn inkomensperspectief niet op achteruit gaat. De geweldige deelname van de boeren wijst op een enthousiasme. Er is nog een categorie boeren die dit nieuwe beleid als bedreiging ziet. Maar de omslag onder de boeren is al duidelijk aan de gang."
Volgens de Groot is er tot nog toe nog weinig overleg tussen de LTO en de landschapsarchitecten. "Ik denk dat een discussie heel erg nodig is. Als je naar de toekomstige landschapsstructuur van Nederland kijkt, denk ik dat de rol van de boer een hele grote kan zijn. Soms wordt er wel gedacht dat je in Nederland alleen landschaps- en natuurwaarden kunt realiseren als er geen boeren zouden zijn, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Dan ga je andere natuur organiseren of bewerkstelligen. Ik denk juist dat het karakteristieke van het Nederlandse landschap is dat de boer daar leeft en werkt. De landbouw heeft zijn bijzondere landschapswaarden zowel in akkerbouwstreken als in veehouderijstreken. Die karakteristieke kwaliteiten moeten we inpassen in de totale natuur- en landschapswaarden. Daar hebben de boeren een belangrijke rol in."
De Groot meent dat er in overleg en samenwerking gezocht moet worden naar de juiste nieuwe combinaties; de landschappelijke waarden en de bedrijfs-economische component kunnen volgens hem samen gaan. De Groot: "Maar we moeten wel brood kunnen blijven verdienen. We kunnen wel een prachtig gebouw neerzetten of een mooi landschap creëren, maar we moeten kunnen blijven produceren, anders houdt het voor ons ook op."

"Het mooiste stukje Nederland? Daar woon ik in", zegt De Groot. "Dat is aan het riviertje De Giessen, in de Alblasserwaard. Ik houd van weidse landschappen, met heel verre einders. Dat vind ik mooi. Daar ben ik trots op. Ik ben ook voorzitter van een streekcentrum. We zijn daar met name bezig om het karakteristieke van de Alblasserwaard heel herkenbaar te houden. De combinatie van de historie die je in het landschap terug kunt vinden en daarnaast het moderne van de veehouderijen. Als je dat nog behouden en versterken kunt, dat vind ik prachtig."

Cécile van der Heijden

   
 
   
 
 © 2000-2007 Copyright NVTL – Alle rechten voorbehouden
 vormgeving: harco van den hurk, grafisch ontwerper, arnhem
 internet implementatie: webconcepts