| |
Maar, zegt Jan de Groot, het mag niet gebeuren dat
het bedrijfs-economische belang van de agrariërs
uit het oog verloren raakt. Jan de Groot is voorzitter
van de WLTO (de Westelijke Land-en Tuinbouworganisatie)
en tevens vice-voorzitter van de LTO (de Land en Tuinbouworganisatie
Nederland). Op het congres spreekt hij namens de LTO.
De LTO is de landelijke koepelorganisatie van verschillende
regionale land- en tuinbouworganisaties. De medewerkers
behartigen de belangen van boeren en tuinders. "Ik
ben eigenlijk vergaderboer", zegt de Groot lachend.
"Ik ben continu bezig ben met zaken die de regelgeving
betreffen." De Groot is daardoor steeds in gesprek
met de ministeries, andere overheden en natuurlijk met
de leden die geïnformeerd worden over vernieuwingen.
De boodschappen die hij op de boerenbijeenkomsten ontvangt
neemt hij weer mee naar de overlegstructuren. Hij is
tot 1995 melkveehouder geweest in de Alblasserwaard.
Schaarste
De Groot: "Wij, als agrarische sector, willen en
kunnen een verantwoordelijkheid nemen en een praktische
invulling geven aan het behoud en beheer van het landschap
in Nederland. We zijn wel degelijk vernieuwend bezig
en gaan dus deels ook een andere rol spelen in het Nederlandse
landschap."
De boeren beheren momenteel 65 procent van het platteland
in Nederland voor de productie van agrarische producten.
De Groot: "We zien dat in Nederland schaarste aan
grond is. Er is een grote behoefte aan meer natuur;
de agrarische sector heeft behoefte aan extra grond
vanwege de milieubelasting en de infrastructuur en woningbouw
breiden zich ook steeds meer uit. Met zijn allen creëren
we een steeds grotere behoefte aan grond."
De Groot zegt toch graag de hoeveelheid en kwaliteit
aan landbouwproducten te blijven leveren. "De Nederlandse
agrarische export levert alleen al 70 miljard gulden
op, dat is veel voor zo'n klein landje. Tegelijkertijd
zie je vanuit de consument de behoefte om mee te kunnen
genieten van de extra waarden van het platteland; de
rust, de ruimte, de stilte en de aankleding. In het
verleden hebben we ons volledig geconcentreerd op productielandbouw
en alles dat ons daarbij in de weg stond opzij gezet.
We realiseren ons nu dat we, willen we onze positie
behouden bij de verdeling van de ruimte in Nederland,
onze nek uit moeten steken en verantwoordelijkheid moeten
nemen binnen onze bedrijfsvoering voor natuur en milieu-vriendelijke,
maar ook landschapsvriendelijke productie."
De LTO richt zich nu daarom sterk op het ontwikkelen
van een beleid om binnen de agrarische sector de landschaps-
en natuurwaarden in stand te houden en te versterken.
De Groot: "Er ontstaan nieuwe organisaties onder
boeren die zich heel nadrukkelijk bezig houden met het
leveren van een substantiële bijdrage aan de versterking
van de landschappelijke waarden van het platteland.
Zij spelen ook in op toenemende behoeftes van de consument
zoals recreatie. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld door het
aanleggen van wandel- en fietspaden dwars door het boerenland
heen. We proberen dus de moderne mogelijkheden van de
producerende boer te combineren met de rol van aanbieder
van landschapswaarden; de koeien in de wei, de beelden
die mensen van landschap doen genieten. "
Contracten
Volgens de Groot bestond er onder de boeren aanvankelijk
veel scepsis om die nieuwe rol op te pakken. "Nu
zien we een omslag, er onstaan overal in het land milieu-coöperaties
en verenigingen van agrarisch natuurbeheer. Als ik alleen
al naar het westen van het land kijk zie ik dat daar
de afgelopen drie jaar dertig van deze agrarische natuurverenigingen
ontstaan zijn met bij elkaar zo'n drieduizend leden.
Die boeren sluiten contracten af met de overheid die
het natuurbeheer betreffen. Het gaat dan bijvoorbeeld
om weidevogel- of slootkantbeheer die de landschappelijke
kwaliteit van de omgeving moet versterken. Bij het slootkantbeheer
mag de boer bijvoorbeeld niet bemesten en moet hij er
voor zorgen dat er geen bestrijdingsmiddelen in de slootkant
terecht komen, zodat de fauna en de flora van de oever
weer herstelt en versterkt. Daar zie je na drie jaar
al hele mooie resultaten van."
In het westen, met name in het Groene Hart, is er dit
jaar alleen al voor zo'n twintigduizend hectare contracten
afgesloten. De Groot: "We vinden wel dat daar natuurlijk
een vergoeding tegenover moet staan, zodat het ook gestimuleerd
wordt en de boer er voor wat betreft zijn inkomensperspectief
niet op achteruit gaat. De geweldige deelname van de
boeren wijst op een enthousiasme. Er is nog een categorie
boeren die dit nieuwe beleid als bedreiging ziet. Maar
de omslag onder de boeren is al duidelijk aan de gang."
Volgens de Groot is er tot nog toe nog weinig overleg
tussen de LTO en de landschapsarchitecten. "Ik
denk dat een discussie heel erg nodig is. Als je naar
de toekomstige landschapsstructuur van Nederland kijkt,
denk ik dat de rol van de boer een hele grote kan zijn.
Soms wordt er wel gedacht dat je in Nederland alleen
landschaps- en natuurwaarden kunt realiseren als er
geen boeren zouden zijn, daar ben ik het helemaal niet
mee eens. Dan ga je andere natuur organiseren of bewerkstelligen.
Ik denk juist dat het karakteristieke van het Nederlandse
landschap is dat de boer daar leeft en werkt. De landbouw
heeft zijn bijzondere landschapswaarden zowel in akkerbouwstreken
als in veehouderijstreken. Die karakteristieke kwaliteiten
moeten we inpassen in de totale natuur- en landschapswaarden.
Daar hebben de boeren een belangrijke rol in."
De Groot meent dat er in overleg en samenwerking gezocht
moet worden naar de juiste nieuwe combinaties; de landschappelijke
waarden en de bedrijfs-economische component kunnen
volgens hem samen gaan. De Groot: "Maar we moeten
wel brood kunnen blijven verdienen. We kunnen wel een
prachtig gebouw neerzetten of een mooi landschap creëren,
maar we moeten kunnen blijven produceren, anders houdt
het voor ons ook op."
"Het mooiste stukje Nederland? Daar woon ik in",
zegt De Groot. "Dat is aan het riviertje De Giessen,
in de Alblasserwaard. Ik houd van weidse landschappen,
met heel verre einders. Dat vind ik mooi. Daar ben ik
trots op. Ik ben ook voorzitter van een streekcentrum.
We zijn daar met name bezig om het karakteristieke van
de Alblasserwaard heel herkenbaar te houden. De combinatie
van de historie die je in het landschap terug kunt vinden
en daarnaast het moderne van de veehouderijen. Als je
dat nog behouden en versterken kunt, dat vind ik prachtig."
Cécile van der Heijden |